Blog Young Feminist Europe: More Women in Politics – You Can Make it Happen

I remember watching Hilary Clinton’s concession speech back in 2016 and just being in utter shock and disbelief, although it was not even about my country. As a nineties kid, my parents brought me up with the belief that the world was becoming a better place. When watching the speech, I realized: emancipation is not going along a linear curve, if our attention is slipping away, we’ll be going backward if not forward.

The day after

After the Dutch national elections in 2017, emancipation for women in politics in the Netherlands experienced a major setback. The number of women in Parliament was no longer increasing. Only 36% of our 150 parliamentary seats were taken up by women, at the moment only 31%. This accelerated my activism as a feminist organizer and my willingness to volunteer for my political party. We are not moving fast enough towards a truly inclusive and feminist Europe. 

I have a strong belief in individual responsibility without denying that there are mechanisms holding women back. Currently, as board member of the women’s network of my political party, I am often asked by both women and men: what can I personally do for gender equality in politics? As a person who is either in politics, interested in politics or involved in some kind of volunteering or activism, you have the power to make a real change in getting more women involved in politics. 

“What can I do?”

These are 5 lessons I learned from the Dutch experience and from my own conversations with other women in politics. I try to apply them to my work in politics.  

1) Look around you

Diversity work takes time. If you are striving towards a diverse political landscape, start now. Start looking around for women in leadership roles, activists who are working in their communities, volunteers working on diverse topics. Look for people who do not fit the traditional picture of a politician.

2) Find a space for them in politics

Having a diverse membership within a political party is not enough. A political arena is not a safe space for everybody. I was the first person of my family to go into politics and I was very glad to have found people who showed me the way. You can be a welcoming force for new people. Find a space for women in politics. I always try to ask the question: where will his or her talent grow and thrive?

3) Ask, and ask again

Most women will not voice their ambition, although they may have it. If you want to have more women on your candidate list, ask them. And then ask them again, or let someone else ask again. Let the question simmer for a while and let them think about how it will impact their lives. Contrary to men, most women will not decide on the spot to follow their ambition.

4) Vote strategically

The Dutch grassroots organization Stem op een Vrouw (‘Vote for a Woman’) has been gaining momentum since the national elections two years ago. Their message is simple: decide which party you want to support, look at the polls and give your vote to the first woman who is just under the number of seats the party is likely to get. Often the first or second woman on the list does not need your vote to get a seat, the women lower on the list do. The parliamentary and especially the last local elections proved that the concept worked in the Netherlands. 

In this TEDtalk Stem op een Vrouw founder Devika Partiman explains how she’s changing political by casting a strategic vote.

5) Support women in politics

Women in politics have less sustainable political careers. They lean back for a variety of reasons. Resulting in cabinets consisting mostly of men. We have never had a female Prime Minister in the Netherlands. We can all help to encourage women and appreciate female leaders more. Let us not be too harsh on female politicians, let us not call them shrill or bitchy.

If I may offer a piece of advice for all EU citizens in May: please do as Devika tells us to. Cast your strategic vote for a feminist Europe at the European elections. More women in politics: we can make it happen!

Deze blog verscheen eerder als gastblog voor Young Feminist Europe.

Meer vrouwen in de politiek: is dat nu gelukt?

Begin dit jaar stuurde ik mijn redacteur bij Atria een outline van de stukken die ik wilde schrijven rondom het thema ‘Vrouwen in de politiek’. In april zou ik een reflectief verslag schrijven over hoe de gemeenteraadsverkiezingen waren verlopen voor vrouwen. Ik merkte dat ik het spannend vond: wat als vrouwen het nog slechter zouden doen? Wat als het aandeel vrouwen in de lokale politiek onder de 28 procent zou duiken? Ik wist niet wat voor opbeurende woorden of tips ik dan zou moeten geven. Ik herinnerde mij een middag op kantoor in november 2016 toen we met een groep jonge collega’s de speech van Hillary Clinton keken waarin ze gracieus haar nederlaag accepteerde. Ik dacht toen: de wereld verbetert niet lineair. Soms blijven we stilstaan. En als we niet opletten, gaan we opeens drie stappen achteruit.

Maar de gemeenteraadsverkiezingen op 21 maart 2018 gingen juist heel goed. Het aandeel vrouwen in de gemeenteraad is gestegen van gemiddeld 28 procent naar 34 procent. In mijn eigen stad Leiden is zelfs 38% van de gemeenteraad vrouw. Dit zijn overigens nog geen definitieve percentages, omdat in Leiden en veel andere gemeenten de colleges nog gevormd moeten worden en er wellicht verschuivingen zullen zijn. Het gaat dus wel beter. Ik denk dat we dat aan twee zaken te danken hebben.

Ten eerste hebben de Stem op een vrouw acties gewerkt. Mede dankzij deze campagne is er een breed bewustzijn aangewakkerd dat stemmen op de eerste vrouw van de lijst minder effectief is. Stem op een vrouw, lager op de lijst, want zij heeft de voorkeursstemmen hard nodig. En dat is massaal gebeurd. De kiezer heeft gesproken en met zijn of haar stem een correctieve beweging gemaakt.

Ten tweede zijn de kieslijsten nog steeds van belang. Als er meer vrouwen hoog op de lijst worden geplaatst, neemt de representatie in de gekozen raden toe. Dit klinkt heel logisch, maar het is belangrijk om dit extra te benoemen. De politieke partijen besteden veel tijd aan het maken van een gebalanceerde lijst (vaak door vrijwilligers). Het is nog lang niet perfect want het is een ingewikkelde taak.

Kortom: we moeten beter stemmen en betere lijsten maken. Het werk houdt niet op. Niet alleen zijn er volgend jaar weer twee belangrijke verkiezingen (Provinciale Staten en Europese), maar daarna volgen weer de landelijke verkiezingen en in 2022 gemeenteraadsverkiezingen. We moeten blijven werken om ook op deze momenten steeds weer de aandacht te vestigen op meer vrouwen in de politiek. Want als we niet opletten, verdwijnt het van de agenda. Ik verwijs graag naar mijn eerste blog met praktische tips en ervaringen om meer vrouwen politiek actief te krijgen.

En ik? Ik ben een vrouw in de politiek, zonder actieve politieke functie. Mijn partij heeft in Leiden een mooie overwinning behaald, maar helaas wel wat zetels verloren. Dat betekent dat ik voorlopig nog geen zitting zal nemen in de Leidse gemeenteraad. Maar vanuit D66 Leiden is een enorme energie ontstaan om echt werk te maken van meer vrouwen in de politiek. We hebben een lokale afdeling van het Els Borst Netwerk opgericht. De komende jaren gaan we inspiratiebijeenkomsten organiseren, talenten scouten en de zichtbaarheid van onze vrouwelijke politici vergroten.

Ik hoop dat andere lokale afdelingen ook het heft in eigen handen nemen. Dit werk moet ook op lokaal niveau gebeuren en houdt voorlopig niet op. Ik ga door. Mét dit hele hippe tasje van Atria. Politiek is te belangrijk om alleen aan mannen over te laten. Doe je mee?

Dit jaar ben ik gastblogger voor Atria, het Kennisinstituut voor Emancipatie en Vrouwengeschiedenis. Deze blog werd 4 mei gepubliceerd op Atrianieuws.

Stop de verspilling van politiek talent

Mensen vragen vaak wat mij drijft om mijn politieke ambities te realiseren. Ik denk dan aan mijn oma. Ik denk terug aan hoe zuur en verbitterd ze kon zijn. En toch mocht ik haar graag, omdat ze zo anders was. Ze had een passie voor kunst, religie en wetenschap. Pas op latere leeftijd was ze theologie gaan studeren, daar had ze het voortdurend over. Ze hield van haar kinderen en kleinkinderen, maar ik voelde dat de huiselijke rol niet haar natuurlijke rol was. Haar intelligentie en eigenheid werden vroegtijdig gesmoord in de beklemming van de jaren ‘50.

Een leven voorbij, een talent verspild. Zoveel vrouwen in het verleden hebben hun talenten niet waar kunnen maken. Het potentieel van vrouwen wordt ook vandaag de dag nog niet volledig benut. Deze verspilling wil ik voorkomen. Bij mezelf en bij andere vrouwen. In dit stuk neem ik jullie graag mee in waarom dit gebeurt en wat we eraan kunnen doen. Ik neem hier vrouwen in de politiek als voorbeeld. Slechts 28 procent van de gemeenteraadsleden en 35 procent van de Tweede Kamerleden en Statenleden. Het aantal vrouwelijke Europarlementariërs kroop naar de 42 procent bij de laatste verkiezingen.

Ik snap niet waarom. Als ik om mij heen kijk, in mijn weliswaar hoogopgeleide bubbel, zie ik veel interessante, jonge vrouwen met ambitie op het gebied van hun carrière, nuttige hobby’s en een druk privéleven. Ze zijn op de hoogte van de actualiteit, hebben een mening over maatschappelijke vraagstukken en zetten zich in als vrijwilliger. Kortom, deze interesse en betrokkenheid zou hen ook geschikt maken om zich in de politiek te mengen. Ze kunnen nog zoveel meer invloed uitoefenen met al hun talenten. Wat houdt hen dan tegen om die stap naar de politiek ook te maken?

In de brugklas riep ik ooit: ik word de eerste vrouwelijke minister-president. Die ambitie sneeuwde onder in de jaren die daarop volgden. Ik ging op in studie, werk, vriendjes en alle andere leuke dingen van het leven. Een paar jaar geleden begon het weer te kriebelen, die droom die een jonge versie van mij had. Maar ergens in mijn hoofd zei een strenge stem tegen mij: je bent te jong. Je weet niks van politiek. Je kent niemand in die wereld.

Voor dit verhaal vroeg ik ook aan een vijftigtal andere vrouwen naar hun politieke ambities door middel van een korte vragenlijst. Ik vroeg aan de vrouwen die nog niet politiek actief zijn: Wat houdt jullie tegen om de stap te zetten? Een veelgenoemde reden is tijd. We moeten al zoveel. Politiek actief worden past daar simpelweg niet in. Daarnaast worden er veel belemmerende overtuigingen genoemd: Ik ben daar nog te jong voor. Ik weet daar nog niet genoeg van. Of: ik weet van mezelf niet of ik wel de politieke capaciteiten heb. Tot slot hoorde ik veel twijfels over de politieke wereld: Is dit wel wat voor mij? Met name de politieke spelletjes en het haantjesgedrag worden veel genoemd.

Uit de vragenlijsten bleek ook dat de drive er wel is. Zowel bij vrouwen die al politiek actief waren, als bij vrouwen die de stap nog niet gezet hadden. De vijftig ondervraagde vrouwen hebben interesse in de actualiteit en de landelijke politiek. Ze hebben een mening en willen mee kunnen praten over onderwerpen die er toe doen. De vrouwen die nog niet actief zijn, ambiëren een politieke carrière en willen het wereldje graag beter leren kennen. Dit zijn vrouwen met talent. Met mooie carrières en ambities in het leven. Wat kunnen we doen om hen toch over te halen? Dat vroeg ik aan de vrouwen die al de stap naar de politiek hebben gemaakt: wat heeft hen de stap doen zetten?

Ten eerste is timing essentieel. Enerzijds gaat dit over de actualiteit – nationaal of internationaal – en is dit de aanleiding meer te gaan doen (bijvoorbeeld de verkiezing van Trump. Maar het kan ook persoonlijk zijn: het komt goed uit met werk en gezin. Daarnaast hadden veel respondenten het over gevraagd worden. Het is makkelijker om de stap te maken als je gevraagd wordt door iemand die al actief is. Dit gebeurde bij veel vrouwen. Tot slot speelde inhoudelijke betrokkenheid mee. Doordat er een inhoudelijke activiteit of betrokkenheid was, bijvoorbeeld in de wijk of bij een denktank, was de stap naar een actieve politieke rol kleiner.

Het viel mij op dat de respondenten een van de bovenstaande factoren benoemden in combinatie met intrinsieke motivatie: “Het is tijd”, “Ik heb hier een mening over”, “Ik wil me voor deze doelgroep inzetten”, “Ik heb dit altijd al gewild”. In de vragenlijst had ik ook een aanvinkoptie opgenomen over steun uit de omgeving. Maar wat bleek? Vrouwen horen zelden van partner, ouders of kinderen: ga dit doen!

Het is maart 2017. Ik presenteer een avond in Leiden over ‘Meer vrouwen in de politiek’ voor de Gemeenteraadsverkiezingen een jaar later. Ik ben lid van de betreffende partij maar het politieke leven staat nog ver van mij af. Ik ben zoekende, mijn bestuursfunctie is net afgerond en ik oriënteer me op een nieuwe baan. Na afloop van de succesvolle avond komen de voorzitter en de secretaris op mij af: wij willen op je stemmen. Ik kijk hen stomverbaasd aan. Op mij?

Belemmerende gedachten overspoelen mij. Kan ik dit wel? Maar dan is daar ook de timing en de inhoudelijke betrokkenheid. En de intrinsieke motivatie: dit heb ik altijd al gewild. Ik denk terug aan mijn oma en haar verspilde talent. Ik ga niet mijn talent verspillen! Een jaar later, op 21 maart, sta ik op een verkiesbare plek voor D66 Leiden. De eerste stap naar mijn droom is gezet.

Tips politieke partijen om vrouwen politiek actief te krijgen:

  1. Drie keer vragen. Durf als bestuurslid of fractielid letterlijk de vraag aan vrouwen te stellen. “Heb je er wel eens over nagedacht om je verkiesbaar te stellen?” “Wil je solliciteren op de functie van voorzitter in het bestuur?” Stel de vraag een paar weken later nog eens. En nog eens.
  2. Wees eerlijk over de tijdsbesteding. Dat werkt twee kanten op. Ja, raadslid zijn is intensief en speelt zich af in de avonduren. Nee, het werk in themacommissies of in een campagneteam is veel minder belastend.
  3. Betrek op inhoud. Zorg dat je vrouwen in themacommissies binnenhaalt of een inhoudelijke activiteit laat organiseren. Op een onderwerp waar ze al veel van weten of wat hun interesse heeft.
  4. Laat zien wat het politieke werk inhoudt. Door avonden te organiseren voor vrouwen die interesse hebben. Door vrouwelijke rolmodellen binnen de partij in de (sociale) media te presenteren. Door op scholen vrouwelijke raadsleden een verhaal te laten doen.

Verder lezen:

Dit jaar ben ik gastblogger voor Atria, het Kennisinstituut voor Emancipatie en Vrouwengeschiedenis. Deze blog werd 15 maart gepubliceerd op Atrianieuws.

 

Maand van de Geschiedenis: Geluk

Een leven zonder beklemming

Het lijkt alsof iedereen op zoek is naar geluk, naar de beste invulling van het moderne leven. We doen dit door zelfhulpboeken te lezen die vertellen hoe je in tien stappen het geluk bereikt. Of door mindful te leven. Of door juist veel en hard te werken in de hoop zo een staat van geluk te bereiken. De zoektocht naar geluk herkennen we allemaal. Maar het is vaak de vluchteling die wordt geframed als gelukszoeker pur sang.

Tijdens de Jan Kompagnielezing van 2016 in het Nationaal Archief vertelde de jonge historicus Elias van der Plicht dat elke Nederlander van een vluchteling afstamt. Vierhonderd jaar migratiegeschiedenis met meer dan honderd verschillende groepen maken het onderscheid tussen vluchteling en niet-vluchteling diffuus. Ik ben een van die  Nederlanders. Maar de erfenis voelt niet als geluk en heeft een bittere nasmaak.

Mijn opa behoorde tot de koloniale elite van Indië. Als het hoofd van een zakenimperium in Batavia liet hij zijn kinderen naar de Nederlandse school gaan. Voor even konden ze vergeten dat ze als Chinezen in een land leefden dat hen eigenlijk vijandig was. Na de onafhankelijkheid belandde hij aan de verkeerde kant van de geschiedenis en aan de verkeerde kant van het politieke spectrum. Hij koos voor de toekomst van zijn kinderen; hij mocht vertrekken naar Nederland. Hier belandde hij als lage ambtenaar bij het lokale archief, het familiekapitaal verdampte en niet ieder van zijn kinderen had het even makkelijk. Binnen de kortste tijd was mijn opa een oude man.

Enkele weken na de lezing belandde ik op een congres in een levendige discussie met andere nakomelingen van recente vluchtelingen. Het ging over de disconnectie met de Nederlandse samenleving, die velen in toenemende mate voelen. Een jongen merkte op: Nederland is voor veel vluchtelingen niet per se een verbetering. Als je tot de politieke elite van Kabul behoorde, is een AZC geen beter leven. Zijn vluchtelingen dus gelukszoekers? Ja, omdat het soms niet anders kan.
Ook het vluchtverhaal van mijn familie leert dat er geen lineair pad is naar een betere situatie. Het is een moeilijk verhaal, met terugval, heimwee en berusting. Maar een verhaal zonder spijt.

Vorig jaar had de Maand van de Geschiedenis als thema ‘grenzen’. Ook geluk heeft te maken met beperkingen. Het kan volgens mij alleen bestaan binnen bepaalde grenzen. Om geluk in grote of kleine mate te ervaren, moet er verschil zijn. Geluk moet begrensd worden door minder leuke dingen.

Afgelopen zomer reisde ik terug naar Indonesië om te begrijpen waarom mijn opa zijn land verliet. De achtergebleven familie leeft een goed leven en het materieel in veel opzichten beter dan de vertrekkers. Maar hun politieke en economische positie is kwetsbaar. Hun bestaan kan met een vingerknip anders zijn. En dat weten ze. Toen overviel de volle betekenis van opa’s vlucht mij. Een tastbaar verschil in onze levens is er op het eerste gezicht niet, maar ik kan in Nederland leven zonder beklemming. Mijn opa heeft geld, status en familie achtergelaten, en gekozen voor de vrijheid. De vrijheid om zelf je leven uit te stippelen, de vrijheid om te zijn wie je bent en niet beoordeeld te worden omdat je deel bent van een minderheid. Vrijheid is iets dat je niet kunt zien, maar juist omdat het zo vanzelfsprekend is, een groot goed. Het is er elke dag. Geluk is voor mij een bittere vlucht naar vrijheid.

Deze column verscheen eerder in het inspiratieboekje van de Maand van de Geschiedenis 2017.

Logeion vakblad C: Moet je lezen

Dit artikel verscheen eerder in het jubileumnummer van C, het vakblad van Logeion. ‘Moet je lezen’ is geschreven door Guido Rijnja.

Liang de Beer over ‘I Love Dick’ van Chris Kraus

“Een vrouw van een jaar of 40 is getrouwd met een oudere man en ze wordt verliefd op een man die Dick heet. Ze ontwikkelt een obsessieve liefde voor hem. Brieven schrijft ze hem, vele brieven, lange brieven, het worden tientallen pagina’s. In deze obsessieve zoektocht betrekt ze in het begin ook haar man. Eén persoon speelt nauwelijks een rol in het boek en dat is Dick. Over hem komen we weinig te weten eigenlijk. Chris, de hoofdverteller, is de hoofdpersoon, zij vertelt haar verhaal, dat grotendeels op de werkelijkheid is gebaseerd.

20 Jaar oud is dit boek. Toen het uitkwam deed het niet veel, totdat mensen elkaar erover begonnen te vertellen, en toen ontstond een beweging. Recent is het opnieuw uitgebracht en nu heeft iedereen het erover. Het kwam als het ware naar mij toe.

Wat ik interessant vind, is dat ze een heel ander vrouwbeeld neerzet. Dit is geen vrouw zoals Anne Karenina van Tolstoj of Madame Bovary van Flaubert: vrouwen die zichzelf verliezen in een relatie.  Chris staat buiten deze conventies, waardoor een heel ander literair beeld tot stand komt. Als je obsessief verliefd bent, hoef je niet hysterisch te zijn. Gaandeweg het lezen zie je de mannen naar de achtergrond verdwijnen. Het is absoluut een nieuw genre.

Eigenlijk bijzonder. Wat gebeurt er nou in dit boek. Het is de taal, de zelfontdekking, die raakt. Hier staat een vrouw met een eigen stem, zoals Chris schrijft, ‘who gets the speak and why’.  Zonder dat het clichématig wordt, leren we de vrouw kennen en ga je mee in haar leefwereld. Ook voor mannen een interessant boek, lijkt me, je zult zien dat dit een klassieker gaat worden. Als je durft tenminste, of meer specifiek: als je het in het openbaar durft te lezen, waar een sticker op de buitenkant toe oproept.”

Disconnectie

Onlangs hoorde ik het verhaal van een gederadicaliseerde Islamist. Als jongen van gemengde afkomst begon hij in zijn tienerjaren een disconnectie te voelen met de Nederlandse samenleving.  Door verschillende oorzaken kwam hij op het verkeerde pad terecht. Ik, afkomstig uit een kansrijke geassimileerde Chinees-Indonesische familie en met een soepele academische en professionele carrière, herkende de incidenten die hij beschreef. De eerste keer dat iemand zegt: ‘ga terug naar je eigen land.’ De eerste keer dat je Monsieur Cannibale niet meer oké vindt. De eerste keer dat je gaat nadenken over Zwarte Piet. Er is ongemak. Ikzelf en vele anderen zijn weerbaar genoeg om het verkeerde pad te weerstaan. Maar onze voedingsbodem is dezelfde.

De grenzen lopen door onze samenleving heen, langs de lijnen van kleur en afkomst. Het ongemak zit niet alleen in feitelijke discriminatie en racisme. Het ongemak groeit doordat het debat niet erkend wordt als waardevol. Om het zelf sec te zeggen: vaak wijst de ‘witte’ Nederlander het debat over Zwarte Piet en Monsieur Cannibale af alsof het geen serieus debat is. Hij wijst het debat over discriminatie op de arbeidsmarkt met ongemak vermijdende zinnen als; gewoon goed integreren, je best doen, niet zo aanstellen. Mijn mede-Nederlanders die ook van allochtone of gemengde komaf zijn, erkennen dat we het gesprek moeten aangaan over Zwarte Piet, wat je mening ook is. Witte Nederlanders wijzen de waarde van dit debat af. Dit voedt de grenzen in de samenleving.

Tegelijkertijd is de beleving van grenzen anders voor veel gekleurde Nederlanders. Ik denk dat ik me Nederlander voel, maar meer nog heb ik een transnationale identiteit. Ik groeide op in een familie die slechts voor een deel Nederlands was. We hadden familie in Indonesië, de Verenigde Staten en China, en gingen in de zomervakantie langs familie in heel Europa. Het internationale was een gegeven, het mengen van culturen was een gegeven. Mijn familie is niet per se Nederlands: het buitenland is altijd ook thuis geweest.

Ik voel me verbonden met Nederland, maar voel tegelijkertijd die disconnectie omdat voor veel medelanders het nationale perspectief de enige realiteit is. De vraagstukken die meekomen met een transnationale wereld zijn al aanwezig in onze samenleving. De manier waarop het debat gevoerd wordt, houdt geen rekening met de realiteit van een grote groep Nederlanders.

Sluit de ogen niet langer voor het ongemak. Erken de pijn die zit bij Monsieur Cannibale, ga echt het debat aan over discriminatie op de arbeidsmarkt en open je ogen voor veranderende grenzen.

Deze column verscheen eerder op Metronieuws in het kader van de columnwedstrijd ‘Grenzen’ van de Maand van de Geschiedenis 2016.

Pleidooi voor emancipatie anno 2017

Pleidooi voor emancipatie anno 2017

#LiangnaarNY

Op de koffietafel in mijn ouderlijk huis lag altijd een grote stapel van het tijdschrift Opzij. Ik groeide op met verhalen over de activistische en bh-loze seventies en eighties. In de jaren negentig leek de wereld het goed voor elkaar te hebben, feminisme was redelijk geaccepteerd en met de emancipatie leek het de goede kant op te gaan. Tijdens mijn school- en studietijd veranderde de wereld compleet. De nineties maakten plaats voor een nieuwe wereldorde: een van onzekerheid, maar ook van nieuwe kansen. Mijn interesse voor de vrouw op de arbeidsmarkt was inmiddels gewekt. Als het klopte dat de tweede golf alles mogelijk had gemaakt, waarom leefden we er nog niet naar? En als het glazen plafond nog bestaat, wat betekent dit dan voor ambitieuze vrouwen zoals ik?

De Nederlandse Vrouwenraad zoekt elk jaar naar een vertegenwoordiger die namens ‘de Nederlandse vrouw’ haar stem wil laten horen in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Ik wil die persoon zijn in 2017. De kracht voor verandering in de wereld ligt bij vrouwen zelf. Ik solliciteer op de positie om een stap te zetten, te inspireren, gewoon te doen. Ik pretendeer niet alle vrouwen te vertegenwoordigen, of voor hen te kunnen spreken, maar ik zal een luide stem laten horen.

Want alleen met veel stemmen kunnen we veel bereiken. Ik wil geen tien interviews met Neelie Kroes meer lezen, maar een vrouwelijke manager, een vrouwelijke dokter, een vrouwelijke wethouder zien. In elk bedrijf, op elke universiteit, in elk gezin is er een vrouw die een andere vrouw een extra zetje kan geven in haar loopbaan. Vrouwelijke leiders in mijn omgeving maken mijn ambitie tastbaar. En jonge ambitieuze vrouwen maken de reis niet eenzaam. Wij kunnen niet allemaal Neelie Kroes of Hillary Clinton worden maar we kunnen wel de volgende manager op het werk of de oprichter van de volgende succesvolle start-up zijn. We hebben meer vrouwelijke leiders nodig op lokaal niveau.

Het is tijd voor jong leiderschap. Ik bezit de talenten en vaardigheden van de nieuwe generatie. Netwerken is mijn tweede natuur, ik gebruik nieuwe communicatiemiddelen en kijk naar manieren om verbinding zoeken buiten de hokjes van functie, organisatie of sociale cirkel. Ik geloof dat het tijd is om de boodschap van de Vrouwenvertegenwoordiger samen te stellen en uit te dragen met alle mogelijke middelen van nu. Langs zaaltjes, evenementen en opiniepagina’s maar ook via vlogs en Twitter. Als jonge leider ben ik open over mijn drijfveren, mijn persoon en mijn ambities voor de (economische) versterking van vrouwen wereldwijd.

Het zijn de jonge mensen, de jonge vrouwen, van nu die het langst met de keuzes van deze tijd moeten leven. (Denk aan de Brexit-polls, slechts 24% van de jongeren tussen 18 en 24 stemde voor). Jonge vrouwen zijn klaar voor deze taak en hebben het vermogen een brede beweging op te zetten. Kijk bijvoorbeeld naar Emma Watson. Ik sluit me graag aan bij haar woorden: ik pretendeer niet alwetend te zijn maar ik wil me hard maken voor de versterking van vrouwen wereldwijd. En als ik niet deze verantwoordelijkheid op mij neem, wie dan wel? En als het niet nu gebeurt, wanneer dan wel? Laat een jonge vrouw spreken bij de Verenigde Naties en Nederland vertegenwoordigen in 2017.

Het is de taak van een emancipatoire beweging om inclusief te zijn. Te vaak wordt het woord ‘feminist’ geassocieerd met een blanke vrouw van middelbare leeftijd. Dat is jammer. Inclusief feminisme heeft oog voor ras, klasse en leeftijd.  Er is een grote verscheidenheid aan krachtige mannen en vrouwen. Feminisme beperkt zich niet tot een land, maar heeft een wereldwijde visie. Barack Obama maakte onlangs nog een krachtig statement in de Glamour. Feminisme maakt de wereld beter. We hebben ook mannen nodig in die beweging. Ik zie het als een persoonlijke uitdaging om feminisme geen elitaire aangelegenheid te laten zijn, maar iets waar een jonge vrouw, een mannelijke topbestuurder of een vrouw met een migrantenachtergrond ook affiniteit mee heeft .

Het is tijd om van emancipatie een brede beweging te maken. Een kleine rondvraag onder collega’s en kennissen leert mij dat weinig mensen bekend zijn met de functie van Vrouwenvertegenwoordiger. Ik vind dat het de taak is om buiten het eigen en NVR netwerk te reiken. Verbinding te maken met opkomende denkers, ondernemers en mensen die zich niet in netwerken begeven. Ik wil contact leggen met de trendsetters en denkers van nu die zich misschien niet op de opiniepagina’s bezig houden met de versterking van vrouwen maar daarin wel kunnen inspireren. Denk aan de zelfverklaarde feministes van Vileine, Stellingdames maar ook netwerken als Ambitieuze Meisjes of powervrouwen als Anna Nooshin.

De grote uitdaging voor de Nederlandse vrouwenvertegenwoordiger ligt in het intrinsiek motiveren van (Nederlandse) vrouwen om aan het roer van het eigen leven te staan en te durven emanciperen. Ik ben tot op het bot gemotiveerd om een krachtig statement te maken bij de Verenigde Naties, maar de reis ernaartoe is wat er toe doet. Ik wil als jonge leider diverse mensen betrekken en laten meedenken over mijn statement. Uiteindelijk gebeurt het niet op het hoogste niveau, maar bij de in de samenleving en bij de Nederlandse vrouw zelf.

Laten we nu beginnen.

Dit artikel verscheen eerder op medium.com.

Onze vrouw in Azië: Java

Onze vrouw in Azië: Java

Ik ben alweer terug in Nederland als op de website van de Volkskrant een verrassend lang bericht verschijnt over de nieuwe kabinetsformatie van president Joko Widodo. De aanleiding: een oud-generaal cq. de slachter van Oost-Timor krijgt een van de belangrijkste posities in het kabinet. De benoeming illustreert de botsing tussen de toekomstvisie van ‘Jokowi’ en de reputatie van oorlogsmisdadiger die deze generaal Wiranto buiten Indonesië heeft.

De binnenlandse steun voor Jokowi is breed. Ik pols voorzichtig bij mijn vrienden op Flores en Bali hoe zij de resultaten van de president tot nu toe zien. De een is lovend over de economische ambities en de impuls die de president aan toerisme wil geven. Ook dit nieuwe kabinet legt sterk de nadruk op economische hervormingen. De ander heeft lof voor de wil om eindelijk iets aan corruptie te doen.

Chauffeur Sonny steunt de strenge vervolging van (buitenlandse) drugscriminelen want ‘een toekomst met onze kinderen aan de drugs is de allerergste’. De harde lijn rondom de drugscriminaliteit wordt door andere landen echter sterk bekritiseerd. Een paar jaar geleden was er in Nederland nog grote afschuw rondom de terechtstelling van Ang Kiem Soei.

Het zelfbeeld van Indonesië botst compleet met de verwachtingen die anderen van het land hebben. Met de komst van de nieuwe president hoopten veel Westerse landen dat hij in zou zetten op mensenrechten en de doodstraf niet zou uitvoeren. Slagvaardigheid om de enorme economische kloof en de gigantische corruptie te bestrijden, wordt hoger aangeslagen.

Een schender van de mensenrechten in Oost-Timor kan hoge posities bereiken. De binnenlandse agenda is belangrijker dan pleasen van het buitenland. De recente geschiedenis wordt door de regering met een benoeming nadrukkelijk herschreven.  Hiermee keert Widodo zich weer naar binnen. De proteststemmen klinken vooral in het buitenland en die worden niet gehoord. Het is stil rondom de recente geschiedenis.

Deze column verscheen eerder op jongehistorici.nl.

Onze vrouw in Azië: Bali

Onze vrouw in Azië: Bali

De reis op Bali begint ten zuiden van Ubud. Hier ben ik te gast bij een kunstenaarsfamilie die me een kijkje gunt in hun dagelijks leven. Terwijl ik op de veranda uitpuf van de chaotische reis vanaf Noord-Flores naar Bali (vijf uur lang over de trans Flores highway en daarna in het propellervliegtuig), zie ik dat mijn gastheer druk doende is met een enorm dienblad. Hij legt overal stukjes bananenbladeren neer met daarop rijst. “Dat doe ik elke dag, vanochtend ben ik vergeten maar het moet toch nog even.” Hij legt de offers overal op het erf eer. Elke dag weer.

De volgende dag laat hij mij de traditionele dans zien. Zijn kinderen maken zich natuurlijk vrolijk om mij . Zij dansen al vanaf dat ze konden lopen. In de middag is de hele familie even weg voor een ceremonie en ik bedenk dat ik me toch beter had moeten inlezen. Antropologen en schrijvers hebben deze wereld al beter en uitgebreider begrepen en geschreven. Ik ben vooral benieuwd hoe de tradities vandaag de dag beleefd worden.

Als ik mijn reis vervolg, let ik beter op wat er nu echt gezegd wordt. Ik merk dat de rituelen en de geschiedenis ook soms een overlevingsstrategie zijn. En hoewel de bevolking de tradities licht draagt, wordt de doorleving van de praal elke dag zwaarder.

Later in de week legt onze chauffeur in Sanur, Sonny, uit wat er soms ook achter de praal ligt: “Ik zie graag dat toeristen geld uitgeven aan echte Balinezen. Huur een Balinese chauffeur in, ga logeren bij echte Balinezen, zoek een lokale gids. Wij gebruiken het geld immers om onze tradities hoog te houden. Onze tempels, onze huwelijksceremonies, onze dansen. Geef je het aan bijvoorbeeld een Javaan, iemand van buiten, dan stroomt het geld weg naar andere eilanden.” De doorleving van de geschiedenis, mythologie en rituelen is heel mooi en oprecht. Maar het weegt ook steeds zwaarder. We dansen om te bestaan.

Het gevecht om te overleven loopt hoog op in de week dat ik Sanur passeer. Aan de hele zuidkant van het eiland protesteert de bevolking. Een aantal jaar geleden heeft de gouverneur van Bali het idee opgevat om in de baai van Sanur een kunstmatig opgespoten eiland te realiseren. Dubai stijl. Iedereen weet dat het eilandproject door de lokale politici zal worden gebruikt om oneindig af te romen. Het eiland hangt vol met boze posters en er staan massademonstraties gepland. Bali heeft niet meer hotels nodig en het ecosysteem heeft al genoeg te lijden gehad.

Sonny neemt geen blad voor de mond: “We willen niet nog meer Javanen hier.” En hoewel de Javanisering waarschijnlijk niet meer te stoppen is, is er een hardnekkige tegenbeweging gaande. Men laat een stem horen, brengt elke dag de offers, viert een traditionele bruiloft en leert kinderen de traditionele dans. Het rijke verleden is een manier geworden om een plek in het Indonesië van nu te blijven bevechten.

Deze column verscheen eerder op jongehistorici.nl.

Onze vrouw in Azië: Flores

Onze vrouw in Azië: Flores

Flores is ver weg van de wereld. Vanaf het moment dat je op Bali in het propellervliegtuig stapt, weet je dat je van de gebaande paden treedt. Als ik uitstap in Ende, herken ik de bergen meteen. Het oostelijke deel van de Indonesische archipel heeft een ander landschap en een andere flora en fauna dan het westelijke deel. Mijn referentiekader is de literatuur van de negentiende-eeuwse natuurhistorische expedities die ik tijdens mijn onderzoeksmaster in Leiden bestudeerde. Maar toch.

Flores is een plek waar je je alleen op de wereld kunt wanen. Er zijn plekken waar je om je heen kunt kijken en een ander persoon noch een gebouw ziet. Je loopt op de aarde en ziet deze zoals de eerste mensen deze ook gezien moeten hebben. Een paar uur later zit je overigens in de drukke kuststeden als Maumere, Ende of Labuan Bajo. Er wonen genoeg mensen op Flores, alleen het is veel minder hectisch dan Java of Bali.

Voor de kolonialen moet het gevoel van verlatenheid nog sterker zijn geweest. Zij hingen hun eigen verhaal op aan de natuur, mensen en dieren die zij zagen. Koloniale wetenschappers gingen zelfs zo ver door te stellen dat de mensen hier in het verleden leefden of buiten de geschiedenis in een primitief paradijs. Een blissful ignorance met hier en daar wat kannibalisme. De nobele wilde leefde duidelijk niet in het heden, aldus het koloniale vertoog.

Het is verleidelijk om als modern mens mee te gaan in deze gedachtengang. Op een eiland als Flores kun je snel het idee krijgen buiten de tijd te staan. Een gebied te bezoeken waar het leven langzamer lijkt te gaan en de locals o zo vriendelijk zijn.  Jared Diamond in The World until Yesterday rekent echter snel af met het idee van het contemporaine verleden. Het is verkeerd om bijvoorbeeld een jager-verzamelaar uit Nieuw-Guinea aan te duiden als iemand die in de steentijd leeft. Welke manier van leven je ook hebt, iedereen maakt deel uit van de moderniteit. Een jager-verzamelaar op Nieuw-Guinea leeft in dezelfde tijd als zijn landgenoot op Java.

Ik moest aan Diamond en het concept van tijd terugdenken toen in Ende de figuur Soekarno weer op mijn pad kwam. Het was de kleine havenstad Ende waarnaar Soekarno in 1934 verbannen werd. Toen ook al een provinciale stad waar niet veel spannends gebeurde. De koloniale autoriteiten stuurden al eeuwenlang opstandige prinsen naar godvergeten uithoeken van het koloniale rijk om hen los te rukken van hun vertrouwde omgeving. (Ik ontdekte dit pareltje van Indonesische cinema trouwens op YouTube).

Soekarno had vier jaar lang de tijd om na te denken op Flores. Uit baldadigheid schreef hij een vervolg op Frankenstein: Dokter Satan. (Een document dat ik overigens nog niet heb kunnen vinden in de krochten van het internet.) Ik denk dat hij hier nog meer is gaan nadenken over het idee van één Indonesië. In Ende staat een boom die inmiddels tot toeristische attractie is verworden.  Onder deze boom zou Soekarno nagedacht hebben over Pancasila (nu de officiële staatsideologie). Op Flores ervaarde hij persoonlijk de verschillen tussen Java, de kroonjuweel van het Nederlandse koloniale rijk en Ende, zijn verre ballingsoord. Hier bedacht hij eens te meer dat de verschillende volkeren van Atjeh tot aan Nieuw-Guinea, van Java tot Flores, deel uitmaakten van diezelfde moderniteit. Eenheid werd één van de vijf pijlers van de Pancasila.

Vandaag de dag is het Bung Karno huis in Ende het enige dat Flores verbindt aan de nationale geschiedenis. Soekarno vertrok in 1938 naar Sumatra om een nieuwe fase van zijn ballingschap in te gaan.  Dokter Satan werd geen succes en Soekarno koos een andere carrière.

Deze column verscheen eerder op jongehistorici.nl.