Naar de AGORA 2018 Summerschool van de European Women’s Lobby

Eind deze zomer mag ik namens de Nederlandse Vrouwenraad deelnemen aan de vierde AGORA Summerschool van de European Women’s Lobby. Onderstaand persbericht werd hierover gepubliceerd op de website van de NVR:

Deze zomer organiseert de European Women’s Lobby voor de 4e maal de AGORA Summer School in Brussel. Jonge feministen uit heel Europa konden zich aanmelden voor het 5-daagse programma. Liang de Beer is namens de NVR de Nederlandse ‘delegate’.

Liang zet zich al langer in voor emancipatie in Nederland. In de afgelopen jaren organiseerde ze onder andere de netwerkborrel Leidse Praatjes voor vrouwelijke young professionals en een programma binnen D66 Leiden voor meer vrouwen in de politiek. In 2016 was ze kandidaat voor VN Vrouwenvertegenwoordiger. “Ik ben het toen helaas niet geworden, maar ik ben mij blijven inzetten voor de vrouwenzaak. Daarom ben ik nu heel blij dat de NVR mijn deelname aan AGORA steunt.”

AGORA vindt eind augustus plaats in Brussel en brengt jonge feministen uit de hele EU samen. De Summer School staat in het teken van workshops volgen, discussies voeren en een gezamenlijke agenda te creëren om emancipatie in Europa verder te brengen. Deelnemers worden ook aangemoedigd zelf hun kennis te delen door middel van een workshop.

Maand van de Geschiedenis: Geluk

Een leven zonder beklemming

Het lijkt alsof iedereen op zoek is naar geluk, naar de beste invulling van het moderne leven. We doen dit door zelfhulpboeken te lezen die vertellen hoe je in tien stappen het geluk bereikt. Of door mindful te leven. Of door juist veel en hard te werken in de hoop zo een staat van geluk te bereiken. De zoektocht naar geluk herkennen we allemaal. Maar het is vaak de vluchteling die wordt geframed als gelukszoeker pur sang.

Tijdens de Jan Kompagnielezing van 2016 in het Nationaal Archief vertelde de jonge historicus Elias van der Plicht dat elke Nederlander van een vluchteling afstamt. Vierhonderd jaar migratiegeschiedenis met meer dan honderd verschillende groepen maken het onderscheid tussen vluchteling en niet-vluchteling diffuus. Ik ben een van die  Nederlanders. Maar de erfenis voelt niet als geluk en heeft een bittere nasmaak.

Mijn opa behoorde tot de koloniale elite van Indië. Als het hoofd van een zakenimperium in Batavia liet hij zijn kinderen naar de Nederlandse school gaan. Voor even konden ze vergeten dat ze als Chinezen in een land leefden dat hen eigenlijk vijandig was. Na de onafhankelijkheid belandde hij aan de verkeerde kant van de geschiedenis en aan de verkeerde kant van het politieke spectrum. Hij koos voor de toekomst van zijn kinderen; hij mocht vertrekken naar Nederland. Hier belandde hij als lage ambtenaar bij het lokale archief, het familiekapitaal verdampte en niet ieder van zijn kinderen had het even makkelijk. Binnen de kortste tijd was mijn opa een oude man.

Enkele weken na de lezing belandde ik op een congres in een levendige discussie met andere nakomelingen van recente vluchtelingen. Het ging over de disconnectie met de Nederlandse samenleving, die velen in toenemende mate voelen. Een jongen merkte op: Nederland is voor veel vluchtelingen niet per se een verbetering. Als je tot de politieke elite van Kabul behoorde, is een AZC geen beter leven. Zijn vluchtelingen dus gelukszoekers? Ja, omdat het soms niet anders kan.
Ook het vluchtverhaal van mijn familie leert dat er geen lineair pad is naar een betere situatie. Het is een moeilijk verhaal, met terugval, heimwee en berusting. Maar een verhaal zonder spijt.

Vorig jaar had de Maand van de Geschiedenis als thema ‘grenzen’. Ook geluk heeft te maken met beperkingen. Het kan volgens mij alleen bestaan binnen bepaalde grenzen. Om geluk in grote of kleine mate te ervaren, moet er verschil zijn. Geluk moet begrensd worden door minder leuke dingen.

Afgelopen zomer reisde ik terug naar Indonesië om te begrijpen waarom mijn opa zijn land verliet. De achtergebleven familie leeft een goed leven en het materieel in veel opzichten beter dan de vertrekkers. Maar hun politieke en economische positie is kwetsbaar. Hun bestaan kan met een vingerknip anders zijn. En dat weten ze. Toen overviel de volle betekenis van opa’s vlucht mij. Een tastbaar verschil in onze levens is er op het eerste gezicht niet, maar ik kan in Nederland leven zonder beklemming. Mijn opa heeft geld, status en familie achtergelaten, en gekozen voor de vrijheid. De vrijheid om zelf je leven uit te stippelen, de vrijheid om te zijn wie je bent en niet beoordeeld te worden omdat je deel bent van een minderheid. Vrijheid is iets dat je niet kunt zien, maar juist omdat het zo vanzelfsprekend is, een groot goed. Het is er elke dag. Geluk is voor mij een bittere vlucht naar vrijheid.

Deze column verscheen eerder in het inspiratieboekje van de Maand van de Geschiedenis 2017.

Onze vrouw in Azië: Java

Onze vrouw in Azië: Java

Ik ben alweer terug in Nederland als op de website van de Volkskrant een verrassend lang bericht verschijnt over de nieuwe kabinetsformatie van president Joko Widodo. De aanleiding: een oud-generaal cq. de slachter van Oost-Timor krijgt een van de belangrijkste posities in het kabinet. De benoeming illustreert de botsing tussen de toekomstvisie van ‘Jokowi’ en de reputatie van oorlogsmisdadiger die deze generaal Wiranto buiten Indonesië heeft.

De binnenlandse steun voor Jokowi is breed. Ik pols voorzichtig bij mijn vrienden op Flores en Bali hoe zij de resultaten van de president tot nu toe zien. De een is lovend over de economische ambities en de impuls die de president aan toerisme wil geven. Ook dit nieuwe kabinet legt sterk de nadruk op economische hervormingen. De ander heeft lof voor de wil om eindelijk iets aan corruptie te doen.

Chauffeur Sonny steunt de strenge vervolging van (buitenlandse) drugscriminelen want ‘een toekomst met onze kinderen aan de drugs is de allerergste’. De harde lijn rondom de drugscriminaliteit wordt door andere landen echter sterk bekritiseerd. Een paar jaar geleden was er in Nederland nog grote afschuw rondom de terechtstelling van Ang Kiem Soei.

Het zelfbeeld van Indonesië botst compleet met de verwachtingen die anderen van het land hebben. Met de komst van de nieuwe president hoopten veel Westerse landen dat hij in zou zetten op mensenrechten en de doodstraf niet zou uitvoeren. Slagvaardigheid om de enorme economische kloof en de gigantische corruptie te bestrijden, wordt hoger aangeslagen.

Een schender van de mensenrechten in Oost-Timor kan hoge posities bereiken. De binnenlandse agenda is belangrijker dan pleasen van het buitenland. De recente geschiedenis wordt door de regering met een benoeming nadrukkelijk herschreven.  Hiermee keert Widodo zich weer naar binnen. De proteststemmen klinken vooral in het buitenland en die worden niet gehoord. Het is stil rondom de recente geschiedenis.

Deze column verscheen eerder op jongehistorici.nl.

Onze vrouw in Azië: Flores

Onze vrouw in Azië: Flores

Flores is ver weg van de wereld. Vanaf het moment dat je op Bali in het propellervliegtuig stapt, weet je dat je van de gebaande paden treedt. Als ik uitstap in Ende, herken ik de bergen meteen. Het oostelijke deel van de Indonesische archipel heeft een ander landschap en een andere flora en fauna dan het westelijke deel. Mijn referentiekader is de literatuur van de negentiende-eeuwse natuurhistorische expedities die ik tijdens mijn onderzoeksmaster in Leiden bestudeerde. Maar toch.

Flores is een plek waar je je alleen op de wereld kunt wanen. Er zijn plekken waar je om je heen kunt kijken en een ander persoon noch een gebouw ziet. Je loopt op de aarde en ziet deze zoals de eerste mensen deze ook gezien moeten hebben. Een paar uur later zit je overigens in de drukke kuststeden als Maumere, Ende of Labuan Bajo. Er wonen genoeg mensen op Flores, alleen het is veel minder hectisch dan Java of Bali.

Voor de kolonialen moet het gevoel van verlatenheid nog sterker zijn geweest. Zij hingen hun eigen verhaal op aan de natuur, mensen en dieren die zij zagen. Koloniale wetenschappers gingen zelfs zo ver door te stellen dat de mensen hier in het verleden leefden of buiten de geschiedenis in een primitief paradijs. Een blissful ignorance met hier en daar wat kannibalisme. De nobele wilde leefde duidelijk niet in het heden, aldus het koloniale vertoog.

Het is verleidelijk om als modern mens mee te gaan in deze gedachtengang. Op een eiland als Flores kun je snel het idee krijgen buiten de tijd te staan. Een gebied te bezoeken waar het leven langzamer lijkt te gaan en de locals o zo vriendelijk zijn.  Jared Diamond in The World until Yesterday rekent echter snel af met het idee van het contemporaine verleden. Het is verkeerd om bijvoorbeeld een jager-verzamelaar uit Nieuw-Guinea aan te duiden als iemand die in de steentijd leeft. Welke manier van leven je ook hebt, iedereen maakt deel uit van de moderniteit. Een jager-verzamelaar op Nieuw-Guinea leeft in dezelfde tijd als zijn landgenoot op Java.

Ik moest aan Diamond en het concept van tijd terugdenken toen in Ende de figuur Soekarno weer op mijn pad kwam. Het was de kleine havenstad Ende waarnaar Soekarno in 1934 verbannen werd. Toen ook al een provinciale stad waar niet veel spannends gebeurde. De koloniale autoriteiten stuurden al eeuwenlang opstandige prinsen naar godvergeten uithoeken van het koloniale rijk om hen los te rukken van hun vertrouwde omgeving. (Ik ontdekte dit pareltje van Indonesische cinema trouwens op YouTube).

Soekarno had vier jaar lang de tijd om na te denken op Flores. Uit baldadigheid schreef hij een vervolg op Frankenstein: Dokter Satan. (Een document dat ik overigens nog niet heb kunnen vinden in de krochten van het internet.) Ik denk dat hij hier nog meer is gaan nadenken over het idee van één Indonesië. In Ende staat een boom die inmiddels tot toeristische attractie is verworden.  Onder deze boom zou Soekarno nagedacht hebben over Pancasila (nu de officiële staatsideologie). Op Flores ervaarde hij persoonlijk de verschillen tussen Java, de kroonjuweel van het Nederlandse koloniale rijk en Ende, zijn verre ballingsoord. Hier bedacht hij eens te meer dat de verschillende volkeren van Atjeh tot aan Nieuw-Guinea, van Java tot Flores, deel uitmaakten van diezelfde moderniteit. Eenheid werd één van de vijf pijlers van de Pancasila.

Vandaag de dag is het Bung Karno huis in Ende het enige dat Flores verbindt aan de nationale geschiedenis. Soekarno vertrok in 1938 naar Sumatra om een nieuwe fase van zijn ballingschap in te gaan.  Dokter Satan werd geen succes en Soekarno koos een andere carrière.

Deze column verscheen eerder op jongehistorici.nl.

Onze vrouw in Azië - Maleisië

Onze vrouw in Azië: Maleisië

“Aziaten interesseren zich niet voor geschiedenis. Ze vinden het alleen interessant als het over henzelf gaat,” vertelt mijn gastvrouw Abby lachend terwijl ze door Kuala Lumpur racet met haar auto, “Ze leven in het heden en kijken liever vooruit.” Haar man, reisgids van beroep, zit naast haar: “Alleen westerlingen stellen geschiedenisvragen. Aziaten willen een goede foto maken en winkelen.” Ik ben duidelijk ingedeeld in de eerste categorie en geïntrigeerd door deze uitspraken aarzel ik dan ook niet om verder te vragen.

Tijdens de twee dagen in Kuala Lumpur wordt ik meegenomen in het wereldbeeld van mijn Chinees-Maleisische vrienden. Maleisië bestaat uit drie bevolkingsgroepen: Malay, Chinezen en Hindoes.  De bevolkingsgroep Malay Maleisiërs (60% van de bevolking) heeft ramadan en doet het overdag rustig aan. Abby, haar man Huyan en hun dochter Larissa nemen ons mee in de wereld van de Chinese groep. De rode draad is eten. Van de fruitkraam tot de nasi lempak in de ochtend: het is een Chinese wereld. De voertaal is Chinees, de mensen zijn Chinees.

We zijn natuurlijk op weg naar de volgende eetgelegenheid. Ondertussen klagen Abby en Larissa flink over de zittende premier Najib Razak. Hij heeft grote sommen geld verduisterd maar voorlopig gebeurt er niets. Ik vraag mijn vriendin Larissa of jongeren in Maleisië politiek actief of geëngageerd zijn. “Vooral bij de oppositie”, zegt ze voorzichtig. Zelf lijkt ze niet direct betrokken. Het heden is wat telt. De situatie in het land lijkt op een peaceful co-existence. Ze heeft wel contact met jongeren uit de andere twee bevolkingsgroepen (Malay en Hindoe), maar veel vertelt ze er niet over.

Vooral de jonge generatie is erg met het heden bezig. Ik vraag Larissa wat ze op school tijdens de geschiedenisles vooral geleerd heeft. “Hoe Maleisië is geworden zoals het nu is.” Het internationale perspectief wordt niet behandeld. De geschiedenis wordt niet zozeer ervaren als een last of een schuld maar eerder als een gegeven. Een gegeven dat je krijgt, een status quo waar je het beste van moet maken voor de toekomst.

Dat wil niet zeggen dat de Maleisische jeugd slechter geïnformeerd is dan de Nederlandse jeugd. Ze kennen de geschiedenis, maar gaan er anders mee om. Dat verklaart misschien ook de grote liefde voor het maken van foto’s. Een lieu de mémoire is een plek bij uitstek voor een zo goed mogelijke selfie. One more.

Deze column verscheen eerder op jongehistorici.nl.