Portfolio

  • Voordracht 15 augustus

    Het was een eer om een voordracht te houden bij de herdenking in Rotterdam op 15 augustus. Op uitnodiging van het lokale comité schreef ik een tekst over herdenken, toen en nu.

    De volledige tekst deel ik hier en in de volgende editie van Post Komkommertje.

    Bekijk hier de uitzending van TV Rijnmond terug (15 augustus 2026, 11.00 – 12.00).

    **

    Geachte nabestaanden, betrokkenen en geachte aanwezigen, 

    Vandaag herdenken we. We herdenken het einde van de Tweede Wereldoorlog in Zuidoost-Azië. Wie wij zijn en waarom we –  hier –  zijn, vindt zijn oorsprong –  daar en toen. Vandaag proberen we ook woorden te zoeken voor het gevoel dat het niet voorbij is. We weten: de kolonie, oorlog en migratie werken door. 

    Ik herdenk vandaag mijn opa en oma. De generatie die jong was in de koloniale tijd, de oorlog in Azië als volwassene heeft meegemaakt en vroeg oud werd in Nederland. Toen zij mijn leeftijd hadden, hebben mijn grootouders hun wereld volledig zien veranderen. 

    En wanneer je naar die woorden zoekt, kom je erachter dat de verhalen niet eenduidig zijn. 

    In de oorlog moest mijn opa naar een kamp omdat hij een vooraanstaand en maatschappelijk betrokken lid van de Chinese gemeenschap in Nederlands-Indië was. Hij zweeg er de rest van zijn leven over. Voor zijn kinderen was deze episode uit zijn leven slechts een fluistering. Maar in de solitude van zijn werkkamer dacht hij er de rest van zijn leven over na. Hij probeerde te begrijpen hoe de wereldgeschiedenis individuele levens had veranderd. De geboortecertificaten van zijn elf kinderen vertellen dat verhaal. Geboren in drie landen: Nederlands-Indië, Indonesië, Nederland.

    Hij droeg zwaarte met zich mee. Want de val was diep voor hem. Van welvaart, aanzien en gezag naar een bestaan van vergeten ambtenaar in de provincie met een slechte gezondheid en een te groot gezin waar hij langzaam de grip op verloor.

    Mijn oma bezag de wereld lichter. “De Japanners kwamen op een dag gewoon Batavia binnen fietsen.” En dat was het. Haar oorlogsherinnering. Een dag die uitblonk in absurditeit en waar ze denk ik de humor van kon inzien. 

    Migratie naar Nederland was niet haar keus. Ze liet een rijk leven met veel vrienden en familie achter in Indonesië. Maar ze koos niet voor zwijgen. Ze bezag de wereld in onbevangen vrolijkheid. Ze stelde haar huis open voor de diaspora. Zij wist als geen ander het leven met beide handen aan te pakken.  

    Zo kunnen twee verhalen binnen één familie bestaan. Loyaliteiten verschillen. De wensen voor de toekomst verschillen. Tussen blijven en vertrekken. Tussen Nederland en Indonesië. 

    En zo vertelt ook elke generatie haar eigen verhaal.  

    Ik herdenk vandaag ook het verdriet dat nu doorwerkt. Ik kijk naar de eerste generatie en ik weet niet wie ze echt zijn. Door de kloof die kolonialisme, oorlog en migratie hebben achtergelaten.

    Laatst schrok ik midden in de nacht wakker: ik weet niet eens wat de moedertaal van mijn grootouders was. Hoe kan ik de woorden vinden als de taal me verder doet wegdrijven? 

    Dat is het diasporaleven. In Indonesië voel ik het in al haar scherpte. Het verlies van een taal, een land, mensen die op je lijken.

    Maar ook in Nederland voel ik niet altijd de ruimte voor dat verhaal van vele talen, contexten en continenten. Mag ik me nog thuis voelen in dit land? De titel van het boek van Janice Deul uit 2025 spookt regelmatig door mijn hoofd. 

    We zijn nu hier door wat er toen, daar gebeurd is.  

    Maar meer nog dan dat verleden, herdenk ik vandaag het heden. Ik herdenk de mensen die nu met kolonialisme, oorlog en migratie te maken hebben. Ik denk aan hun kleinkinderen die over 100 jaar dezelfde vragen stellen die ik nu stel. Ik wil mijn schijnwerper zetten op dat verhaal. Laten we daar onze woorden aan geven. 

    Laten we vandaag herdenken, want het verleden is niet voorbij.

  • Bundel: Utopia

    Een speculatief verhaal schrijven vanuit een optimistische toekomstvisie…dat was de vraag van Martijn Lindeboom en Vamba Sherif. Een grote uitdaging als de dystopie overal om je heen is. Maar ik ging de uitdaging aan en ik ben heel blij met het resultaat.

    Dit najaar ligt de bundel Utopia in de winkel!

    Klik hier voor de najaarsaanbieding 2026 van Uitgeverij Passage.

    Op voordekunst is een crowdfunding voor het project gestart.

  • Het oog van de kolonie

    Louis Couperus schreef De stille kracht meer dan een eeuw geleden, maar het verhaal heeft niet aan kracht ingeboet. Hoewel Couperus kritisch was op het kolonialisme, schreef hij het binnen een koloniaal perspectief. De fascinatie voor het verhaal leeft meer dan ooit. De recente gamelanopera De Stille Kracht 3.0 voegt hoognodig nieuwe stemmen toe en haalt het verhaal naar onze tijd.

    “Het is een oriëntalistisch cliché: de oosterse mens als onderdanig, lui en een beetje mysterieus. Componist Sinta Wullur laat in de gamelanopera De Stille Kracht 3.0 zien dat dit stereotype strategisch kan worden ingezet. In haar bewerking van De stille kracht van Louis Couperus zien we dat de Indonesische personages in het verhaal het onderdanige en mysterieuze inzetten om agency te krijgen. ‘Als het koloniale oog continu op je gericht is, dan word je ook behoedzaam’, zegt verteller Demi Kleinmeulman in de voorstelling. In de gamelanopera komen niet alleen de verborgen Javaanse stemmen uit het werk van Couperus aan het woord, maar ook de nazaten van de kolonie.”

    Lees verder op de site van de Nederlandse Boekengids.

  • Bespreking De gelogen kolonie

    Voor De Nederlandse Boekengids schreef ik een bespreking over De gelogen kolonie van oud-Indonesië correspondent Michel Maas. Zijn afrekening met ’tempo doeloe’ vind ik prikkelend, maar de positionering van de schrijver als neutrale buitenstaander roept ook vragen op.

    Nederlanders kunnen het huidige Indonesië alleen bekijken door de bril van het koloniale verleden. Indonesiëcorrespondent Michel Maas laat in zijn boek De gelogen kolonie zien dat deze blinde vlek doorwerkt op allerlei niveaus: van politiek en diplomatiek (zo gaan op 17 augustus felicitaties naar de Indonesische regering voor de viering van Onafhankelijkheidsdag, maar wordt de onafhankelijkheid van Indonesië in Nederland de jure nog op 27 december 1949 gezet), tot mentaal (veel Nederlanders denken dat Nederland ook goede dingen heeft gedaan voor het land) en cultureel (Indisch eten is wijdverbreid in tegenstelling tot authentiek Indonesisch eten) tot individuele ‘nostalgische’ gevoelens (Maas krijgt uit allerlei hoeken ongevraagde anekdotes van Nederlanders te horen over hun familieverleden wanneer hij aankondigt naar Indonesië te gaan).

    ‘Het moderne Indonesië lijkt in Nederland alleen maar bij de gratie van het oude te bestaan: sporen van toen, gebouwen van toen, planten van toen, en stranden, dansen, tempels, paleizen en het eten van toen.’ Indië als fantasiewereld heeft in Nederland een hardnekkig bestaan. Ook ik ben daarvoor niet immuun. In 2023 maakte ik een reis door Indonesië om onderzoek te doen voor een roman die zich afspeelt in koloniaal Batavia. Als Chinees-Indische Nederlander van de derde generatie denk ik een band te voelen met het hedendaagse Indonesië, maar eenmaal daar besefte ik dat ik helemaal niks weet van dit land. Beide landen zijn tachtig jaar verder, ging er door mij heen, en Indonesië heeft niets gemeenschappelijks met het land uit de koloniale herinnering van mijn familiegeschiedenis. Maas merkt daarover op: ‘In Indonesië begon men op 17 augustus 1945 aan een nieuwe geschiedenis. In Nederland werd de tijd op 27 december 1949 stilgezet.’

    Lees verder op de website van De Nederlandse Boekengids.