Stop de verspilling van politiek talent

Mensen vragen vaak wat mij drijft om mijn politieke ambities te realiseren. Ik denk dan aan mijn oma. Ik denk terug aan hoe zuur en verbitterd ze kon zijn. En toch mocht ik haar graag, omdat ze zo anders was. Ze had een passie voor kunst, religie en wetenschap. Pas op latere leeftijd was ze theologie gaan studeren, daar had ze het voortdurend over. Ze hield van haar kinderen en kleinkinderen, maar ik voelde dat de huiselijke rol niet haar natuurlijke rol was. Haar intelligentie en eigenheid werden vroegtijdig gesmoord in de beklemming van de jaren ‘50.

Een leven voorbij, een talent verspild. Zoveel vrouwen in het verleden hebben hun talenten niet waar kunnen maken. Het potentieel van vrouwen wordt ook vandaag de dag nog niet volledig benut. Deze verspilling wil ik voorkomen. Bij mezelf en bij andere vrouwen. In dit stuk neem ik jullie graag mee in waarom dit gebeurt en wat we eraan kunnen doen. Ik neem hier vrouwen in de politiek als voorbeeld. Slechts 28 procent van de gemeenteraadsleden en 35 procent van de Tweede Kamerleden en Statenleden. Het aantal vrouwelijke Europarlementariërs kroop naar de 42 procent bij de laatste verkiezingen.

Ik snap niet waarom. Als ik om mij heen kijk, in mijn weliswaar hoogopgeleide bubbel, zie ik veel interessante, jonge vrouwen met ambitie op het gebied van hun carrière, nuttige hobby’s en een druk privéleven. Ze zijn op de hoogte van de actualiteit, hebben een mening over maatschappelijke vraagstukken en zetten zich in als vrijwilliger. Kortom, deze interesse en betrokkenheid zou hen ook geschikt maken om zich in de politiek te mengen. Ze kunnen nog zoveel meer invloed uitoefenen met al hun talenten. Wat houdt hen dan tegen om die stap naar de politiek ook te maken?

In de brugklas riep ik ooit: ik word de eerste vrouwelijke minister-president. Die ambitie sneeuwde onder in de jaren die daarop volgden. Ik ging op in studie, werk, vriendjes en alle andere leuke dingen van het leven. Een paar jaar geleden begon het weer te kriebelen, die droom die een jonge versie van mij had. Maar ergens in mijn hoofd zei een strenge stem tegen mij: je bent te jong. Je weet niks van politiek. Je kent niemand in die wereld.

Voor dit verhaal vroeg ik ook aan een vijftigtal andere vrouwen naar hun politieke ambities door middel van een korte vragenlijst. Ik vroeg aan de vrouwen die nog niet politiek actief zijn: Wat houdt jullie tegen om de stap te zetten? Een veelgenoemde reden is tijd. We moeten al zoveel. Politiek actief worden past daar simpelweg niet in. Daarnaast worden er veel belemmerende overtuigingen genoemd: Ik ben daar nog te jong voor. Ik weet daar nog niet genoeg van. Of: ik weet van mezelf niet of ik wel de politieke capaciteiten heb. Tot slot hoorde ik veel twijfels over de politieke wereld: Is dit wel wat voor mij? Met name de politieke spelletjes en het haantjesgedrag worden veel genoemd.

Uit de vragenlijsten bleek ook dat de drive er wel is. Zowel bij vrouwen die al politiek actief waren, als bij vrouwen die de stap nog niet gezet hadden. De vijftig ondervraagde vrouwen hebben interesse in de actualiteit en de landelijke politiek. Ze hebben een mening en willen mee kunnen praten over onderwerpen die er toe doen. De vrouwen die nog niet actief zijn, ambiëren een politieke carrière en willen het wereldje graag beter leren kennen. Dit zijn vrouwen met talent. Met mooie carrières en ambities in het leven. Wat kunnen we doen om hen toch over te halen? Dat vroeg ik aan de vrouwen die al de stap naar de politiek hebben gemaakt: wat heeft hen de stap doen zetten?

Ten eerste is timing essentieel. Enerzijds gaat dit over de actualiteit – nationaal of internationaal – en is dit de aanleiding meer te gaan doen (bijvoorbeeld de verkiezing van Trump. Maar het kan ook persoonlijk zijn: het komt goed uit met werk en gezin. Daarnaast hadden veel respondenten het over gevraagd worden. Het is makkelijker om de stap te maken als je gevraagd wordt door iemand die al actief is. Dit gebeurde bij veel vrouwen. Tot slot speelde inhoudelijke betrokkenheid mee. Doordat er een inhoudelijke activiteit of betrokkenheid was, bijvoorbeeld in de wijk of bij een denktank, was de stap naar een actieve politieke rol kleiner.

Het viel mij op dat de respondenten een van de bovenstaande factoren benoemden in combinatie met intrinsieke motivatie: “Het is tijd”, “Ik heb hier een mening over”, “Ik wil me voor deze doelgroep inzetten”, “Ik heb dit altijd al gewild”. In de vragenlijst had ik ook een aanvinkoptie opgenomen over steun uit de omgeving. Maar wat bleek? Vrouwen horen zelden van partner, ouders of kinderen: ga dit doen!

Het is maart 2017. Ik presenteer een avond in Leiden over ‘Meer vrouwen in de politiek’ voor de Gemeenteraadsverkiezingen een jaar later. Ik ben lid van de betreffende partij maar het politieke leven staat nog ver van mij af. Ik ben zoekende, mijn bestuursfunctie is net afgerond en ik oriënteer me op een nieuwe baan. Na afloop van de succesvolle avond komen de voorzitter en de secretaris op mij af: wij willen op je stemmen. Ik kijk hen stomverbaasd aan. Op mij?

Belemmerende gedachten overspoelen mij. Kan ik dit wel? Maar dan is daar ook de timing en de inhoudelijke betrokkenheid. En de intrinsieke motivatie: dit heb ik altijd al gewild. Ik denk terug aan mijn oma en haar verspilde talent. Ik ga niet mijn talent verspillen! Een jaar later, op 21 maart, sta ik op een verkiesbare plek voor D66 Leiden. De eerste stap naar mijn droom is gezet.

Tips politieke partijen om vrouwen politiek actief te krijgen:

  1. Drie keer vragen. Durf als bestuurslid of fractielid letterlijk de vraag aan vrouwen te stellen. “Heb je er wel eens over nagedacht om je verkiesbaar te stellen?” “Wil je solliciteren op de functie van voorzitter in het bestuur?” Stel de vraag een paar weken later nog eens. En nog eens.
  2. Wees eerlijk over de tijdsbesteding. Dat werkt twee kanten op. Ja, raadslid zijn is intensief en speelt zich af in de avonduren. Nee, het werk in themacommissies of in een campagneteam is veel minder belastend.
  3. Betrek op inhoud. Zorg dat je vrouwen in themacommissies binnenhaalt of een inhoudelijke activiteit laat organiseren. Op een onderwerp waar ze al veel van weten of wat hun interesse heeft.
  4. Laat zien wat het politieke werk inhoudt. Door avonden te organiseren voor vrouwen die interesse hebben. Door vrouwelijke rolmodellen binnen de partij in de (sociale) media te presenteren. Door op scholen vrouwelijke raadsleden een verhaal te laten doen.

Verder lezen:

Dit jaar ben ik gastblogger voor Atria, het Kennisinstituut voor Emancipatie en Vrouwengeschiedenis. Deze blog werd 15 maart gepubliceerd op Atrianieuws.

 

Dream Bigger

Dream Bigger: een unieke workshopavond die ik samen met Evelien Bijl van Doelgerichte Coaching heb ontwikkeld. Met een groep ambitieuze jonge vrouwen gaan wij in één avond van dromen naar doen. Door visualisaties, oefeningen en vooral veel netwerkgesprekken.

 

Historisch verhaal: De Laatste Dag

Op Historische Verhalen publiceerde ik mijn eerste historische fictieverhaal.

Glodok, 24 juni 1955, 13.24

De bakkerij is verlaten. De schappen waar twee weken geleden nog allerlei kleurrijke kue lapis, Hollandse koekjes en groene pandan cake hadden gelegen, zijn leeg. De koeling voor de schuimgebakjes en de slagroomtaarten is schoongemaakt en de stekker is uit het stopcontact gehaald. Alleen de waaier aan het plafond zoeft nog zacht. Zonder airconditioning zou de tropische hitte het binnen een kwartier ondraaglijk maken.

Vanuit de steeg komt weinig daglicht naar binnen. In de vroege middag spoeden zich enkele verdwaalde mensen door de straatjes van Glodok. Het is sinds april weer rustig in de Chinese wijk. De rellen die de afgelopen jaren de straten teisterden, zijn verleden tijd. De Hollandse klanten zijn weg, maar de Chinezen komen altijd terug. Over een paar uur zullen de straten zich weer vullen met bezoekers voor de avond pasar. Op zoek naar gefrituurde varkenspootjes, goedkope slippers uit Amerika, gemalen kippenbotjes tegen de hoofdpijn of een van de vele andere eigenaardigheden die de markt te bieden heeft. Al gaat nog steeds niemand langer zijn huis uit dan nodig.

Even rusten was een beter idee geweest, verzucht Jian. Maar ze had de verleiding niet kunnen weerstaan een laatste blik op haar winkel te werpen. Daar op de toonbank hadden bruiloftstaarten gestaan, die voor de oorlog een mooie bijverdienste waren geweest. Achter in de keuken had ze in de oorlog honderden koekjes, loempia’s en rijsttafels gemaakt om haar drie jonge kinderen te onderhouden. Vorige week waren de mensen uit de wijk een voor een langs gekomen om de laatste zoete creaties mee te nemen. Zelf had ze geen reden om de winkel te sluiten. Yu Wen had beslist. Zij had aanvaard. Het kwam niet in haar op om haar man niet te volgen. Over een week zou de Venetia hen van Tanjung Priok naar Rotterdam brengen.”

Lees de rest van het verhaal op de website van Historische Verhalen.

In januari 2018 verscheen het verhaal in de verzamelbundel van Historische Verhalen. Bestel de bundel hier.

 

Maand van de Geschiedenis: Geluk

Een leven zonder beklemming

Het lijkt alsof iedereen op zoek is naar geluk, naar de beste invulling van het moderne leven. We doen dit door zelfhulpboeken te lezen die vertellen hoe je in tien stappen het geluk bereikt. Of door mindful te leven. Of door juist veel en hard te werken in de hoop zo een staat van geluk te bereiken. De zoektocht naar geluk herkennen we allemaal. Maar het is vaak de vluchteling die wordt geframed als gelukszoeker pur sang.

Tijdens de Jan Kompagnielezing van 2016 in het Nationaal Archief vertelde de jonge historicus Elias van der Plicht dat elke Nederlander van een vluchteling afstamt. Vierhonderd jaar migratiegeschiedenis met meer dan honderd verschillende groepen maken het onderscheid tussen vluchteling en niet-vluchteling diffuus. Ik ben een van die  Nederlanders. Maar de erfenis voelt niet als geluk en heeft een bittere nasmaak.

Mijn opa behoorde tot de koloniale elite van Indië. Als het hoofd van een zakenimperium in Batavia liet hij zijn kinderen naar de Nederlandse school gaan. Voor even konden ze vergeten dat ze als Chinezen in een land leefden dat hen eigenlijk vijandig was. Na de onafhankelijkheid belandde hij aan de verkeerde kant van de geschiedenis en aan de verkeerde kant van het politieke spectrum. Hij koos voor de toekomst van zijn kinderen; hij mocht vertrekken naar Nederland. Hier belandde hij als lage ambtenaar bij het lokale archief, het familiekapitaal verdampte en niet ieder van zijn kinderen had het even makkelijk. Binnen de kortste tijd was mijn opa een oude man.

Enkele weken na de lezing belandde ik op een congres in een levendige discussie met andere nakomelingen van recente vluchtelingen. Het ging over de disconnectie met de Nederlandse samenleving, die velen in toenemende mate voelen. Een jongen merkte op: Nederland is voor veel vluchtelingen niet per se een verbetering. Als je tot de politieke elite van Kabul behoorde, is een AZC geen beter leven. Zijn vluchtelingen dus gelukszoekers? Ja, omdat het soms niet anders kan.
Ook het vluchtverhaal van mijn familie leert dat er geen lineair pad is naar een betere situatie. Het is een moeilijk verhaal, met terugval, heimwee en berusting. Maar een verhaal zonder spijt.

Vorig jaar had de Maand van de Geschiedenis als thema ‘grenzen’. Ook geluk heeft te maken met beperkingen. Het kan volgens mij alleen bestaan binnen bepaalde grenzen. Om geluk in grote of kleine mate te ervaren, moet er verschil zijn. Geluk moet begrensd worden door minder leuke dingen.

Afgelopen zomer reisde ik terug naar Indonesië om te begrijpen waarom mijn opa zijn land verliet. De achtergebleven familie leeft een goed leven en het materieel in veel opzichten beter dan de vertrekkers. Maar hun politieke en economische positie is kwetsbaar. Hun bestaan kan met een vingerknip anders zijn. En dat weten ze. Toen overviel de volle betekenis van opa’s vlucht mij. Een tastbaar verschil in onze levens is er op het eerste gezicht niet, maar ik kan in Nederland leven zonder beklemming. Mijn opa heeft geld, status en familie achtergelaten, en gekozen voor de vrijheid. De vrijheid om zelf je leven uit te stippelen, de vrijheid om te zijn wie je bent en niet beoordeeld te worden omdat je deel bent van een minderheid. Vrijheid is iets dat je niet kunt zien, maar juist omdat het zo vanzelfsprekend is, een groot goed. Het is er elke dag. Geluk is voor mij een bittere vlucht naar vrijheid.

Deze column verscheen eerder in het inspiratieboekje van de Maand van de Geschiedenis 2017.

Logeion vakblad C: Moet je lezen

Dit artikel verscheen eerder in het jubileumnummer van C, het vakblad van Logeion. ‘Moet je lezen’ is geschreven door Guido Rijnja.

Liang de Beer over ‘I Love Dick’ van Chris Kraus

“Een vrouw van een jaar of 40 is getrouwd met een oudere man en ze wordt verliefd op een man die Dick heet. Ze ontwikkelt een obsessieve liefde voor hem. Brieven schrijft ze hem, vele brieven, lange brieven, het worden tientallen pagina’s. In deze obsessieve zoektocht betrekt ze in het begin ook haar man. Eén persoon speelt nauwelijks een rol in het boek en dat is Dick. Over hem komen we weinig te weten eigenlijk. Chris, de hoofdverteller, is de hoofdpersoon, zij vertelt haar verhaal, dat grotendeels op de werkelijkheid is gebaseerd.

20 Jaar oud is dit boek. Toen het uitkwam deed het niet veel, totdat mensen elkaar erover begonnen te vertellen, en toen ontstond een beweging. Recent is het opnieuw uitgebracht en nu heeft iedereen het erover. Het kwam als het ware naar mij toe.

Wat ik interessant vind, is dat ze een heel ander vrouwbeeld neerzet. Dit is geen vrouw zoals Anne Karenina van Tolstoj of Madame Bovary van Flaubert: vrouwen die zichzelf verliezen in een relatie.  Chris staat buiten deze conventies, waardoor een heel ander literair beeld tot stand komt. Als je obsessief verliefd bent, hoef je niet hysterisch te zijn. Gaandeweg het lezen zie je de mannen naar de achtergrond verdwijnen. Het is absoluut een nieuw genre.

Eigenlijk bijzonder. Wat gebeurt er nou in dit boek. Het is de taal, de zelfontdekking, die raakt. Hier staat een vrouw met een eigen stem, zoals Chris schrijft, ‘who gets the speak and why’.  Zonder dat het clichématig wordt, leren we de vrouw kennen en ga je mee in haar leefwereld. Ook voor mannen een interessant boek, lijkt me, je zult zien dat dit een klassieker gaat worden. Als je durft tenminste, of meer specifiek: als je het in het openbaar durft te lezen, waar een sticker op de buitenkant toe oproept.”

Disconnectie

Onlangs hoorde ik het verhaal van een gederadicaliseerde Islamist. Als jongen van gemengde afkomst begon hij in zijn tienerjaren een disconnectie te voelen met de Nederlandse samenleving.  Door verschillende oorzaken kwam hij op het verkeerde pad terecht. Ik, afkomstig uit een kansrijke geassimileerde Chinees-Indonesische familie en met een soepele academische en professionele carrière, herkende de incidenten die hij beschreef. De eerste keer dat iemand zegt: ‘ga terug naar je eigen land.’ De eerste keer dat je Monsieur Cannibale niet meer oké vindt. De eerste keer dat je gaat nadenken over Zwarte Piet. Er is ongemak. Ikzelf en vele anderen zijn weerbaar genoeg om het verkeerde pad te weerstaan. Maar onze voedingsbodem is dezelfde.

De grenzen lopen door onze samenleving heen, langs de lijnen van kleur en afkomst. Het ongemak zit niet alleen in feitelijke discriminatie en racisme. Het ongemak groeit doordat het debat niet erkend wordt als waardevol. Om het zelf sec te zeggen: vaak wijst de ‘witte’ Nederlander het debat over Zwarte Piet en Monsieur Cannibale af alsof het geen serieus debat is. Hij wijst het debat over discriminatie op de arbeidsmarkt met ongemak vermijdende zinnen als; gewoon goed integreren, je best doen, niet zo aanstellen. Mijn mede-Nederlanders die ook van allochtone of gemengde komaf zijn, erkennen dat we het gesprek moeten aangaan over Zwarte Piet, wat je mening ook is. Witte Nederlanders wijzen de waarde van dit debat af. Dit voedt de grenzen in de samenleving.

Tegelijkertijd is de beleving van grenzen anders voor veel gekleurde Nederlanders. Ik denk dat ik me Nederlander voel, maar meer nog heb ik een transnationale identiteit. Ik groeide op in een familie die slechts voor een deel Nederlands was. We hadden familie in Indonesië, de Verenigde Staten en China, en gingen in de zomervakantie langs familie in heel Europa. Het internationale was een gegeven, het mengen van culturen was een gegeven. Mijn familie is niet per se Nederlands: het buitenland is altijd ook thuis geweest.

Ik voel me verbonden met Nederland, maar voel tegelijkertijd die disconnectie omdat voor veel medelanders het nationale perspectief de enige realiteit is. De vraagstukken die meekomen met een transnationale wereld zijn al aanwezig in onze samenleving. De manier waarop het debat gevoerd wordt, houdt geen rekening met de realiteit van een grote groep Nederlanders.

Sluit de ogen niet langer voor het ongemak. Erken de pijn die zit bij Monsieur Cannibale, ga echt het debat aan over discriminatie op de arbeidsmarkt en open je ogen voor veranderende grenzen.

Deze column verscheen eerder op Metronieuws in het kader van de columnwedstrijd ‘Grenzen’ van de Maand van de Geschiedenis 2016.