A Room of One’s Own: Nog actueel

De boekenclub van FEL besprak A Room of One’s Own van Virginia Woolf in het Parool (15 december).

“Woolf toont aan dat het vrouwen door de eeuwen heen vaak ontbrak aan een eigen plek, welvaart en tijd. Een boodschap die ook vandaag nog actueel is.”

 

 

 

 

 

 

 

 

De nieuwe vertaling van A Room of One’s Own (Een kamer voor jezelf) is verkrijgbaar bij Uitgeverij Chaos.

‘Management kent jonge ambtenaar niet’

Dit artikel verscheen eerder op Binnenlands Bestuur (Auteur: Esther Walstra)

Leidinggevenden in de overheidssector weten niet wat jonge ambtenaren belangrijk vinden in hun werk. Zelf denken leidinggevenden dat ze starters genoeg kansen geven, maar slechts 15 procent van de jonge ambtenaren is het daarmee eens.

Dat blijkt uit een enquête van Binnenlands Bestuur en JS Consultancy onder 500 jonge ambtenaren en leidinggevenden bij de overheid. 33 procent van hen vindt zelfs dat er helemaal geen sprake is van een leeftijdsbewust ontwikkelbeleid bij hun organisatie.

Jonge professionals komen er bij de overheid bekaaid af. Voor hen is het bijna onmogelijk om bij een gemeente binnen te komen, zo bleek uit de laatste Personeelsmonitor Gemeenten 2015. Maar lukt het de starter tóch, dan is hij op zichzelf aangewezen. Van de jonge aanwas vindt 48 procent dat er geen aandacht wordt besteed aan specifieke begeleiding. Terwijl ze goede begeleiding (74 procent) als dé belangrijkste randvoorwaarde zien om jonge mensen op de werkplek te integreren. Ook de leidinggevenden (84 procent) zelf noemen dit als belangrijkste voorwaarde.

Waar zowel de jongeren als de managers het over eens zijn, is dat de nieuwe generatie geld en baanzekerheid niet bijster belangrijk vindt. Het gaat vooral om ontwikkelperspectief, denkt 67 procent van de leidinggevenden, de maatschappelijke betrokkenheid (58 procent) en de mogelijkheid om aan complexe vraagstukken te werken (50 procent). De leidinggevenden hebben de indruk dat baanzekerheid (16 procent) geen perspectief is waarop de jonge ambtenaren zitten te wachten. De antwoorden van de jongeren bevestigen dit beeld. ‘Uiteindelijk willen jonge ambtenaren natuurlijk best een vast contract’, verduidelijkt Liang de Beer (27) van de jonge ambtenarenorganisatie Futur.

‘Maar als ze een goede baan hebben met te weinig uitdaging zijn ze zo weer weg.’ Ondanks de belemmeringen is de overheid een zeer gewilde werkgever onder jonge professionals, vertelt De Beer: ‘Je krijgt er de kans om te werken aan complexe vraagstukken. Het grote verschil met het bedrijfsleven is dat er veel stakeholders mee gemoeid zijn, het zijn vaak grote en interessante projecten.’ Ze vervolgt: ‘Jongeren worden ook aangetrokken omdat werken bij de overheid relevant is. Kijk maar hoe populair de traineeships zijn. Al mijn vrienden hebben gesolliciteerd op de functie van rijkstrainee.’

Vlaggenschip
Met het aanstellen van trainees en stagiaires is een organisatie er echter nog lang niet, waarschuwt de secretaris van Futur. ‘Bij veel gemeenten is een traineeship een soort vlaggenschip, een marketinginstrument. Maar er moet natuurlijk door de hele organisatie een goede afspiegeling van die leeftijdscategorie zijn. Als je trainees hebt, vervolgens een gat en dan alleen maar 40- en 50-jarigen dan kun je niet echt spreken van een ontwikkelbeleid,’ aldus De Beer. De cijfers uit het onderzoek bevestigen dit overtuigend. Liefst 85 procent van de jonge ambtenaren vindt het belangrijk dat ze met leeftijdsgenoten kunnen werken.

Hoe de generatiekloof moet worden geslecht is onduidelijk. Het begint al bij de vraag wie verantwoordelijk is voor het aantrekken en behouden van jong bloed. Een kwart van de respondenten onder de leidinggevenden zegt dat dit een verantwoordelijkheid van HR is, terwijl 41 procent meent dat het een verantwoordelijkheid van de teamleiders is. Nog eens 34 procent meent dat die taak niet bij HR of de teamleiders ligt, maar elders, bijvoorbeeld bij de directie, het bestuur, de clustermanagers of bij iedereen in de organisatie. Een bijkomend probleem is dat jonge ambtenaren niet het gevoel hebben dat ze met deze problematiek terecht kunnen bij de vakbonden. Uit een eerder onderzoek van Futur bleek dat een grote meerderheid (70 procent) van de jonge ambtenaren zich door de vakbeweging niet vertegenwoordigd voelt.

Mobiliteit
Dat heeft een direct effect op de totstandkoming van cao’s. Want waar de oudere ambtenaren een groot belang hechten aan loonontwikkeling en baanzekerheid, kiezen jonge mensen vooral voor meer aandacht voor mobiliteit en opleidings- en ontwikkelmogelijkheden. In de onderhandelingen staan loonontwikkeling en ontslagbescherming vaak centraal, terwijl jonge mensen willen dat er meer nadruk ligt op doorstroming binnen organisaties, flexibiliteit en de ruimte om hun eigen kennis en vaardigheden verder te ontwikkelen. Jonge mensen hebben weinig belangstelling voor vakbonden en geven ook aan niet op de hoogte te zijn van het werk van vakbonden.

Dat jonge aanwas voor nieuwe impulsen in de organisatie zorgt is geen punt van discussie. Van de leidinggevenden denkt 79 procent met jonge mensen voornamelijk creativiteit en innovatiekracht in huis te halen. Overigens is dat volgens hen niet gelijk aan vooruitgang; slechts 39 procent is van mening dat dit ook tot een kwaliteitsverbetering van de dienstverlening leidt. Blijkbaar wordt er over het algemeen geen directe relatie gelegd tussen nieuwe en andere competenties en betere dienstverlening.

Het vasthouden van jonge mensen lukt de leidinggevenden naar eigen zeggen prima. Tachtig procent is daar positief tot zeer positief over. Toch laten de reacties in het aanvullende commentaar juist zien dat leidinggevenden zich hier zorgen over maken. Ze constateren dat het moeilijk is om jonge mensen vast te houden door gebrek aan perspectief en matige arbeidsvoorwaarden.

De open vraag welke moeilijkheden de leidinggevenden hebben met het begeleiden van jong talent levert zeer diverse antwoorden op. Jaloezie bij zittende collega’s, bijvoorbeeld. Ook zou het feit dat oudere mensen de jongeren begeleiden juist leiden tot verspreiding van vastgeroeste ideeën. Terwijl goede begeleiding wel als de voornaamste randvoorwaarde (84 procent) wordt gezien om jonge mensen te laten integreren in het werkproces.

Historische samenwerkingsverbanden: Interview Historici.nl

Nederlandse historici zijn georganiseerd in vele verschillende verenigingen, stichtingen en genootschappen. Samenwerking tussen de leden bevorderen, kennis verspreiden buiten de historische wereld, de zichtbaarheid van het specialisme vergroten: zoveel verenigingen, zoveel ambities. We besteden in deze reeks Historici.nl aandacht aan de historische verbanden die Nederland rijk is. Deze week vragen we aandacht voor Jonge Historici Schrijven Geschiedenis, vanaf 1 mei 2014 Jonge Historici geheten.

Scriptiebak

Jonge Historici Schrijven Geschiedenis (JHSG) werd in 2011 opgericht door een groep geschiedenisstudenten van de Universiteit van Amsterdam. Zij konden het niet langer aanzien dat studenten aan de verschillende geschiedenisopleidingen grote hoeveelheden woorden op papier zetten maar dat hun scripties en papers nauwelijks buiten hun kring van begeleiders en familieleden werden gelezen. Er kwam een website waarop de producten van jonge historici, geredigeerd door een professionele redactie en voorzien van een mooie vormgeving, werden gepubliceerd. Ongeveer tachtig scripties zijn tot nu beschikbaar gemaakt .

Breed podium

Missie geslaagd, zou je denken. Maar de jonge historici zijn ambitieuzer, vertelt voorzitter Liang de Beer (25). “Het oorspronkelijke doel van onze stichting was om jonge historici een online podium te geven voor scripties en papers. Bij betrokken historici ontstond al snel de behoefte om evenementen met een wetenschappelijk karakter te organiseren waarbij ook het sociale aspect een belangrijke rol speelt. Landelijke bijeenkomsten zoals ‘De Nacht van de Geschiedenis’ (Crea, 2012) en ‘De Nacht is Jong’ (Rode Hoed, 2013) kwamen tot stand door samenwerking van jonge historici uit het hele land en werden mogelijk gemaakt door bijdragen van verschillende universiteiten. Daarnaast sluiten de jonge historici ook regelmatig aan bij bestaande evenementen. Zo maakten zij programma-onderdelen voor De Nacht van de Geschiedenis in het Rijksmuseum (2012 en 2013) en organiseerden zij de jonghistorische collegetour ‘Kamervragen’ in de Eerste Kamer tijdens het Grondwetfestival (2014).

Dagelijkse gang

De stichting Jonge Historici draait geheel op vrijwilligers. Naast een dagelijks bestuur, zijn circa 30 jonge geschiedkundigen actief in de organisatie. Het bestuur bestaat uit een voorzitter, penningmeester en secretaris die naast de gangbare taken voor deze functies ook taken als communicatie en recensiewerk op zich nemen. De Beer: “Als bestuur is het onze missie om jonghistorisch talent in de schijnwerpers te zetten. Daarnaast is het niet onbelangrijk dat wijzelf, bestuur en vrijwilligers, werkervaring opdoen. In deze tijd is het voor net afgestudeerde historici heel moeilijk om aan de slag te komen. Omdat je een beter cv opbouwt bij Jonge Historici is het in deze tijden van crisis niet moeilijk vrijwilligers te vinden die evenementen organiseren, scripties redigeren of aan een blog willen bijdragen.” Hoe blijft een dergelijke vrijwilligersorganisatie overeind? De Beer: “Onze lopende kosten financieren we vooral vanuit onze kleine donateursbasis. Evenementen en andere projecten worden op projectbasis gefinancierd door bijvoorbeeld de universiteiten, maar ook bedrijven en onafhankelijke fondsen dragen bij.”

Geografie

Jonge Historici is er voor geschiedenisstudenten, afgestudeerden en promovendi van alle geschiedenisopleidingen in Nederland. Scripties uit Groningen en Nijmegen vinden hun weg wel naar de website maar binnen de dagelijkse organisatie zijn voornamelijk Randstedelingen actief. “Jonge Historici werd opgericht in Amsterdam; de bekendheid onder studenten en promovendi is daar groot. De huidige bestuursleden komen alle drie uit Leiden waardoor ook het Leidse historici-netwerk de organisatie binnenkomt”, aldus De Beer, “We proberen in onze werving geschiedenisstudenten uit allerlei steden aan te trekken. Op het moment is eigenlijk alleen Groningen niet gerepresenteerd.”

Uitbreidingsplannen

Ideeën voor nieuwe initiatieven zijn er genoeg. Zo is Jonge Historici dit jaar begonnen met de ‘Academie’: een wetenschappelijk colloquium georganiseerd door een jonge historicus. Dit jaar leidt Thijs Bogers (VU) een seminar over Quentin Skinner. De Beer is zelf bezig met het oprichten van een jonghistorische sprekersacademie. Mensen die op zoek zijn naar een spreker, dagvoorzitter of opiniemaker kunnen voortaan de kortste weg naar de website nemen. “De selectie gebeurt op basis van bewezen diensten bij onze evenementen en organisatie.” Als laatste wordt dit jaar Uitgeverij Jonge Historici opnieuw gelanceerd. Er is een nieuwe redactie aangetreden die vanaf mei weer op volle sterkte draait en ook een nieuw concept heeft geïntroduceerd: Longreads. Studenten die hun scriptie willen publiceren worden uitgenodigd om ook een leesbaar online stuk van 2000 à 3000 woorden te schrijven.

Meer informatie is te vinden op jongehistorici.nl

Dit interview verscheen eerder op Historici.nl.