Auteur: liangdebeer

  • Pleidooi voor emancipatie anno 2017

    Pleidooi voor emancipatie anno 2017

    #LiangnaarNY

    Op de koffietafel in mijn ouderlijk huis lag altijd een grote stapel van het tijdschrift Opzij. Ik groeide op met verhalen over de activistische en bh-loze seventies en eighties. In de jaren negentig leek de wereld het goed voor elkaar te hebben, feminisme was redelijk geaccepteerd en met de emancipatie leek het de goede kant op te gaan. Tijdens mijn school- en studietijd veranderde de wereld compleet. De nineties maakten plaats voor een nieuwe wereldorde: een van onzekerheid, maar ook van nieuwe kansen. Mijn interesse voor de vrouw op de arbeidsmarkt was inmiddels gewekt. Als het klopte dat de tweede golf alles mogelijk had gemaakt, waarom leefden we er nog niet naar? En als het glazen plafond nog bestaat, wat betekent dit dan voor ambitieuze vrouwen zoals ik?

    De Nederlandse Vrouwenraad zoekt elk jaar naar een vertegenwoordiger die namens ‘de Nederlandse vrouw’ haar stem wil laten horen in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Ik wil die persoon zijn in 2017. De kracht voor verandering in de wereld ligt bij vrouwen zelf. Ik solliciteer op de positie om een stap te zetten, te inspireren, gewoon te doen. Ik pretendeer niet alle vrouwen te vertegenwoordigen, of voor hen te kunnen spreken, maar ik zal een luide stem laten horen.

    Want alleen met veel stemmen kunnen we veel bereiken. Ik wil geen tien interviews met Neelie Kroes meer lezen, maar een vrouwelijke manager, een vrouwelijke dokter, een vrouwelijke wethouder zien. In elk bedrijf, op elke universiteit, in elk gezin is er een vrouw die een andere vrouw een extra zetje kan geven in haar loopbaan. Vrouwelijke leiders in mijn omgeving maken mijn ambitie tastbaar. En jonge ambitieuze vrouwen maken de reis niet eenzaam. Wij kunnen niet allemaal Neelie Kroes of Hillary Clinton worden maar we kunnen wel de volgende manager op het werk of de oprichter van de volgende succesvolle start-up zijn. We hebben meer vrouwelijke leiders nodig op lokaal niveau.

    Het is tijd voor jong leiderschap. Ik bezit de talenten en vaardigheden van de nieuwe generatie. Netwerken is mijn tweede natuur, ik gebruik nieuwe communicatiemiddelen en kijk naar manieren om verbinding zoeken buiten de hokjes van functie, organisatie of sociale cirkel. Ik geloof dat het tijd is om de boodschap van de Vrouwenvertegenwoordiger samen te stellen en uit te dragen met alle mogelijke middelen van nu. Langs zaaltjes, evenementen en opiniepagina’s maar ook via vlogs en Twitter. Als jonge leider ben ik open over mijn drijfveren, mijn persoon en mijn ambities voor de (economische) versterking van vrouwen wereldwijd.

    Het zijn de jonge mensen, de jonge vrouwen, van nu die het langst met de keuzes van deze tijd moeten leven. (Denk aan de Brexit-polls, slechts 24% van de jongeren tussen 18 en 24 stemde voor). Jonge vrouwen zijn klaar voor deze taak en hebben het vermogen een brede beweging op te zetten. Kijk bijvoorbeeld naar Emma Watson. Ik sluit me graag aan bij haar woorden: ik pretendeer niet alwetend te zijn maar ik wil me hard maken voor de versterking van vrouwen wereldwijd. En als ik niet deze verantwoordelijkheid op mij neem, wie dan wel? En als het niet nu gebeurt, wanneer dan wel? Laat een jonge vrouw spreken bij de Verenigde Naties en Nederland vertegenwoordigen in 2017.

    Het is de taak van een emancipatoire beweging om inclusief te zijn. Te vaak wordt het woord ‘feminist’ geassocieerd met een blanke vrouw van middelbare leeftijd. Dat is jammer. Inclusief feminisme heeft oog voor ras, klasse en leeftijd.  Er is een grote verscheidenheid aan krachtige mannen en vrouwen. Feminisme beperkt zich niet tot een land, maar heeft een wereldwijde visie. Barack Obama maakte onlangs nog een krachtig statement in de Glamour. Feminisme maakt de wereld beter. We hebben ook mannen nodig in die beweging. Ik zie het als een persoonlijke uitdaging om feminisme geen elitaire aangelegenheid te laten zijn, maar iets waar een jonge vrouw, een mannelijke topbestuurder of een vrouw met een migrantenachtergrond ook affiniteit mee heeft .

    Het is tijd om van emancipatie een brede beweging te maken. Een kleine rondvraag onder collega’s en kennissen leert mij dat weinig mensen bekend zijn met de functie van Vrouwenvertegenwoordiger. Ik vind dat het de taak is om buiten het eigen en NVR netwerk te reiken. Verbinding te maken met opkomende denkers, ondernemers en mensen die zich niet in netwerken begeven. Ik wil contact leggen met de trendsetters en denkers van nu die zich misschien niet op de opiniepagina’s bezig houden met de versterking van vrouwen maar daarin wel kunnen inspireren. Denk aan de zelfverklaarde feministes van Vileine, Stellingdames maar ook netwerken als Ambitieuze Meisjes of powervrouwen als Anna Nooshin.

    De grote uitdaging voor de Nederlandse vrouwenvertegenwoordiger ligt in het intrinsiek motiveren van (Nederlandse) vrouwen om aan het roer van het eigen leven te staan en te durven emanciperen. Ik ben tot op het bot gemotiveerd om een krachtig statement te maken bij de Verenigde Naties, maar de reis ernaartoe is wat er toe doet. Ik wil als jonge leider diverse mensen betrekken en laten meedenken over mijn statement. Uiteindelijk gebeurt het niet op het hoogste niveau, maar bij de in de samenleving en bij de Nederlandse vrouw zelf.

    Laten we nu beginnen.

    Dit artikel verscheen eerder op medium.com.

  • Onze vrouw in Azië: Java

    Onze vrouw in Azië: Java

    Ik ben alweer terug in Nederland als op de website van de Volkskrant een verrassend lang bericht verschijnt over de nieuwe kabinetsformatie van president Joko Widodo. De aanleiding: een oud-generaal cq. de slachter van Oost-Timor krijgt een van de belangrijkste posities in het kabinet. De benoeming illustreert de botsing tussen de toekomstvisie van ‘Jokowi’ en de reputatie van oorlogsmisdadiger die deze generaal Wiranto buiten Indonesië heeft.

    De binnenlandse steun voor Jokowi is breed. Ik pols voorzichtig bij mijn vrienden op Flores en Bali hoe zij de resultaten van de president tot nu toe zien. De een is lovend over de economische ambities en de impuls die de president aan toerisme wil geven. Ook dit nieuwe kabinet legt sterk de nadruk op economische hervormingen. De ander heeft lof voor de wil om eindelijk iets aan corruptie te doen.

    Chauffeur Sonny steunt de strenge vervolging van (buitenlandse) drugscriminelen want ‘een toekomst met onze kinderen aan de drugs is de allerergste’. De harde lijn rondom de drugscriminaliteit wordt door andere landen echter sterk bekritiseerd. Een paar jaar geleden was er in Nederland nog grote afschuw rondom de terechtstelling van Ang Kiem Soei.

    Het zelfbeeld van Indonesië botst compleet met de verwachtingen die anderen van het land hebben. Met de komst van de nieuwe president hoopten veel Westerse landen dat hij in zou zetten op mensenrechten en de doodstraf niet zou uitvoeren. Slagvaardigheid om de enorme economische kloof en de gigantische corruptie te bestrijden, wordt hoger aangeslagen.

    Een schender van de mensenrechten in Oost-Timor kan hoge posities bereiken. De binnenlandse agenda is belangrijker dan pleasen van het buitenland. De recente geschiedenis wordt door de regering met een benoeming nadrukkelijk herschreven.  Hiermee keert Widodo zich weer naar binnen. De proteststemmen klinken vooral in het buitenland en die worden niet gehoord. Het is stil rondom de recente geschiedenis.

    Deze column verscheen eerder op jongehistorici.nl.

  • Onze vrouw in Azië: Bali

    Onze vrouw in Azië: Bali

    De reis op Bali begint ten zuiden van Ubud. Hier ben ik te gast bij een kunstenaarsfamilie die me een kijkje gunt in hun dagelijks leven. Terwijl ik op de veranda uitpuf van de chaotische reis vanaf Noord-Flores naar Bali (vijf uur lang over de trans Flores highway en daarna in het propellervliegtuig), zie ik dat mijn gastheer druk doende is met een enorm dienblad. Hij legt overal stukjes bananenbladeren neer met daarop rijst. “Dat doe ik elke dag, vanochtend ben ik vergeten maar het moet toch nog even.” Hij legt de offers overal op het erf eer. Elke dag weer.

    De volgende dag laat hij mij de traditionele dans zien. Zijn kinderen maken zich natuurlijk vrolijk om mij . Zij dansen al vanaf dat ze konden lopen. In de middag is de hele familie even weg voor een ceremonie en ik bedenk dat ik me toch beter had moeten inlezen. Antropologen en schrijvers hebben deze wereld al beter en uitgebreider begrepen en geschreven. Ik ben vooral benieuwd hoe de tradities vandaag de dag beleefd worden.

    Als ik mijn reis vervolg, let ik beter op wat er nu echt gezegd wordt. Ik merk dat de rituelen en de geschiedenis ook soms een overlevingsstrategie zijn. En hoewel de bevolking de tradities licht draagt, wordt de doorleving van de praal elke dag zwaarder.

    Later in de week legt onze chauffeur in Sanur, Sonny, uit wat er soms ook achter de praal ligt: “Ik zie graag dat toeristen geld uitgeven aan echte Balinezen. Huur een Balinese chauffeur in, ga logeren bij echte Balinezen, zoek een lokale gids. Wij gebruiken het geld immers om onze tradities hoog te houden. Onze tempels, onze huwelijksceremonies, onze dansen. Geef je het aan bijvoorbeeld een Javaan, iemand van buiten, dan stroomt het geld weg naar andere eilanden.” De doorleving van de geschiedenis, mythologie en rituelen is heel mooi en oprecht. Maar het weegt ook steeds zwaarder. We dansen om te bestaan.

    Het gevecht om te overleven loopt hoog op in de week dat ik Sanur passeer. Aan de hele zuidkant van het eiland protesteert de bevolking. Een aantal jaar geleden heeft de gouverneur van Bali het idee opgevat om in de baai van Sanur een kunstmatig opgespoten eiland te realiseren. Dubai stijl. Iedereen weet dat het eilandproject door de lokale politici zal worden gebruikt om oneindig af te romen. Het eiland hangt vol met boze posters en er staan massademonstraties gepland. Bali heeft niet meer hotels nodig en het ecosysteem heeft al genoeg te lijden gehad.

    Sonny neemt geen blad voor de mond: “We willen niet nog meer Javanen hier.” En hoewel de Javanisering waarschijnlijk niet meer te stoppen is, is er een hardnekkige tegenbeweging gaande. Men laat een stem horen, brengt elke dag de offers, viert een traditionele bruiloft en leert kinderen de traditionele dans. Het rijke verleden is een manier geworden om een plek in het Indonesië van nu te blijven bevechten.

    Deze column verscheen eerder op jongehistorici.nl.

  • Onze vrouw in Azië: Flores

    Onze vrouw in Azië: Flores

    Flores is ver weg van de wereld. Vanaf het moment dat je op Bali in het propellervliegtuig stapt, weet je dat je van de gebaande paden treedt. Als ik uitstap in Ende, herken ik de bergen meteen. Het oostelijke deel van de Indonesische archipel heeft een ander landschap en een andere flora en fauna dan het westelijke deel. Mijn referentiekader is de literatuur van de negentiende-eeuwse natuurhistorische expedities die ik tijdens mijn onderzoeksmaster in Leiden bestudeerde. Maar toch.

    Flores is een plek waar je je alleen op de wereld kunt wanen. Er zijn plekken waar je om je heen kunt kijken en een ander persoon noch een gebouw ziet. Je loopt op de aarde en ziet deze zoals de eerste mensen deze ook gezien moeten hebben. Een paar uur later zit je overigens in de drukke kuststeden als Maumere, Ende of Labuan Bajo. Er wonen genoeg mensen op Flores, alleen het is veel minder hectisch dan Java of Bali.

    Voor de kolonialen moet het gevoel van verlatenheid nog sterker zijn geweest. Zij hingen hun eigen verhaal op aan de natuur, mensen en dieren die zij zagen. Koloniale wetenschappers gingen zelfs zo ver door te stellen dat de mensen hier in het verleden leefden of buiten de geschiedenis in een primitief paradijs. Een blissful ignorance met hier en daar wat kannibalisme. De nobele wilde leefde duidelijk niet in het heden, aldus het koloniale vertoog.

    Het is verleidelijk om als modern mens mee te gaan in deze gedachtengang. Op een eiland als Flores kun je snel het idee krijgen buiten de tijd te staan. Een gebied te bezoeken waar het leven langzamer lijkt te gaan en de locals o zo vriendelijk zijn.  Jared Diamond in The World until Yesterday rekent echter snel af met het idee van het contemporaine verleden. Het is verkeerd om bijvoorbeeld een jager-verzamelaar uit Nieuw-Guinea aan te duiden als iemand die in de steentijd leeft. Welke manier van leven je ook hebt, iedereen maakt deel uit van de moderniteit. Een jager-verzamelaar op Nieuw-Guinea leeft in dezelfde tijd als zijn landgenoot op Java.

    Ik moest aan Diamond en het concept van tijd terugdenken toen in Ende de figuur Soekarno weer op mijn pad kwam. Het was de kleine havenstad Ende waarnaar Soekarno in 1934 verbannen werd. Toen ook al een provinciale stad waar niet veel spannends gebeurde. De koloniale autoriteiten stuurden al eeuwenlang opstandige prinsen naar godvergeten uithoeken van het koloniale rijk om hen los te rukken van hun vertrouwde omgeving. (Ik ontdekte dit pareltje van Indonesische cinema trouwens op YouTube).

    Soekarno had vier jaar lang de tijd om na te denken op Flores. Uit baldadigheid schreef hij een vervolg op Frankenstein: Dokter Satan. (Een document dat ik overigens nog niet heb kunnen vinden in de krochten van het internet.) Ik denk dat hij hier nog meer is gaan nadenken over het idee van één Indonesië. In Ende staat een boom die inmiddels tot toeristische attractie is verworden.  Onder deze boom zou Soekarno nagedacht hebben over Pancasila (nu de officiële staatsideologie). Op Flores ervaarde hij persoonlijk de verschillen tussen Java, de kroonjuweel van het Nederlandse koloniale rijk en Ende, zijn verre ballingsoord. Hier bedacht hij eens te meer dat de verschillende volkeren van Atjeh tot aan Nieuw-Guinea, van Java tot Flores, deel uitmaakten van diezelfde moderniteit. Eenheid werd één van de vijf pijlers van de Pancasila.

    Vandaag de dag is het Bung Karno huis in Ende het enige dat Flores verbindt aan de nationale geschiedenis. Soekarno vertrok in 1938 naar Sumatra om een nieuwe fase van zijn ballingschap in te gaan.  Dokter Satan werd geen succes en Soekarno koos een andere carrière.

    Deze column verscheen eerder op jongehistorici.nl.