Categorie: Blog

  • Wat ik doe als ik op mini-sabbatical ga

    Wat ik doe als ik op mini-sabbatical ga

    Elk jaar ga ik begin augustus een paar dagen op mini-sabbatical in Maastricht. De traditie is in die eerste warme zomer ontstaan. In 2018 gebeurden er een aantal heftige dingen in mijn leven en instinctief besloot ik een paar dagen voor mezelf te nemen. 

    Ik koos Maastricht omdat mijn oma vroeger op Sint Pieter woonde. De stad ligt ver genoeg van Leiden om exotisch te zijn, maar is natuurlijk gewoon Nederlands en daarmee minder afleidend dan een stad in het buitenland. Ik herinnerde me die eerste keer vooral het huis van mijn oma en de tripjes die we samen maakten. Door een paar dagen alleen in de stad door te brengen, gunde ik mezelf om de herinnering opnieuw te verkennen. Na die eerste keer was de stad ook weer deels van mij. Ik keerde in 2019 terug en een traditie was geboren. Dit jaar durfde ik zelfs mijn plannen met mensen te delen. 

    ‘Je gaat een paar dagen alleen weg?’

    ‘Wat doe je dan?’

    ‘Oh, dat zou ik ook wel een keer willen doen!’

    ‘Daar moet je me eens wat meer over vertellen.’

    Vandaag is het weer zover. Het is voor mij heel belangrijk om een paar dagen helemaal alleen te zijn. Geen rekening te houden met de dagindeling van andere mensen, maar naar mijn intuïtie te luisteren en te handelen naar mijn eigen kompas. En ja, het is confronterend om drie keer per dag in je uppie te eten. Een aantal dagen alleen dwingt je om los te breken van maatschappelijke verwachtingen en kaders voor jezelf te scheppen. 

    Eten is een belangrijk onderdeel van de mini-sabbatical. Ik heb inmiddels een aantal vaste spots in de stad en weet de goede koffie te vinden. Daarnaast is creatief opladen een absolute must. Dus ik ga bijna elke dag naar een museum: geheel in mijn eigen tempo. Ik spendeer er maximaal een uurtje. Creatief opladen is voor mij lichaam en geest: ik huur graag een fiets, maak een avondwandeling en ga minimaal één keer hardlopen.

    Vrijwel de meeste tijd breng ik door met mijn boeken en een schrijfblok op een terras of in de hotelbar. Bill Gates heeft een soortgelijke traditie: in de Netflix documentaire Inside Bill’s Brain zien we dat hij een week in een blokhut zit en alleen maar bezig is met lezen en nieuwe kennis tot zich te nemen. Ik ben ook een snelle lezer en een veellezer: als ik de tijd heb, gaat er makkelijk een boek per dag doorheen. Elke vakantie bevat een paniekmoment: mijn boeken zijn op en ik moet zo snel mogelijk een (Engelse) boekhandel vinden. Gelukkig is dat in Maastricht geen probleem: een bezoek aan boekhandel Dominicanen is een vast onderdeel van de trip.  

    Een mini-sabbatical is echter geen vakantie (hoewel het voor mij dichtbij de ideale vakantie komt). Het is tijd om alleen te zijn, jezelf op te laden en meer focus te vinden in de dingen die je wilt doen. Ik neem altijd mijn laptop en een globaal to-dolijstje mee. Voordat ik vertrek zorg ik dat mijn actielijst, agenda en mail bijgewerkt zijn. De mini-sabbatical gebruik ik voor deep thinking. Denk aan het formuleren van persoonlijke doelen, het opstellen van de synopsis voor een kort verhaal of het schrijven van een strategisch plan. Omdat ik nergens heen kan, lukt het me een aantal uur met totale focus te werken. Ik ben enorm productief zonder dat het als werk voelt. 

    Dit jaar zal mijn mini-sabbatical er iets anders uitzien dan vorig jaar. Natuurlijk door Corona, maar ook doordat ik ben begonnen aan The Artist’s Way van Julia Cameron. Dit is een methodiek om je creatieve productiviteit te hervinden. Twee belangrijke ingrediënten voor deze transformatie zijn: de dag beginnen met het schrijven van drie morning pages (om alles eruit te krijgen), en wekelijks een artist date met jezelf plannen (om weer nieuwe inspiratie op te doen). Elke week kom je in een andere fase met bijbehorend leeswerk en opdrachten. Slecht nieuws voor mij: precies deze week is reading deprivation week. Het idee is om alle boeken, kranten, Netflix, artikelen op internet etc. voor een week uit je leven te bannen om inspiratie toe te laten en zelf meer te maken. Hier heb ik mij maar bij neergelegd, natuurlijk verweet ik mezelf dat ik de cursus niet beter heb ingepland. Ik ben nou eenmaal een gigantische leesjunk. 

    Send thoughts and prayers!

  • Disconnectie

    Onlangs hoorde ik het verhaal van een gederadicaliseerde Islamist. Als jongen van gemengde afkomst begon hij in zijn tienerjaren een disconnectie te voelen met de Nederlandse samenleving. Door verschillende oorzaken kwam hij op het verkeerde pad terecht. Ik, afkomstig uit een kansrijke geassimileerde Chinees-Indonesische familie en met een soepele academische en professionele carrière, herkende de incidenten die hij beschreef. De eerste keer dat iemand zegt: ‘ga terug naar je eigen land.’ De eerste keer dat je Monsieur Cannibale niet meer oké vindt. De eerste keer dat je gaat nadenken over Zwarte Piet. Er is ongemak. Ikzelf en vele anderen zijn weerbaar genoeg om het verkeerde pad te weerstaan. Maar onze voedingsbodem is dezelfde.

    De grenzen lopen door onze samenleving heen, langs de lijnen van kleur en afkomst. Het ongemak zit niet alleen in feitelijke discriminatie en racisme. Het ongemak groeit doordat het debat niet erkent wordt als waardevol. Om het zelf sec te zeggen: vaak wijst de ‘witte’ Nederlander het debat over Zwarte Piet en Monsieur Cannibale af alsof het geen serieus debat is. Hij wijst het debat over discriminatie op de arbeidsmarkt met ongemak vermijdende zinnen als; gewoon goed integreren, je best doen, niet zo aanstellen. Mijn mede-Nederlanders die ook van allochtone of gemengde komaf zijn, erkennen dat we het gesprek moeten aangaan over Zwarte Piet, wat je mening ook is. Witte Nederlanders wijzen de waarde van dit debat af. Dit voedt de grenzen in de samenleving.

    Tegelijkertijd is de beleving van grenzen anders voor veel gekleurde Nederlanders. Ik denk dat ik me Nederlander voel, maar meer nog heb ik een transnationale identiteit. Ik groeide op in een familie die slechts voor een deel Nederlands was. We hadden familie in Indonesië, de Verenigde Staten en China, en gingen in de zomervakantie langs familie in heel Europa. Het internationale was een gegeven, het mengen van culturen was een gegeven. Mijn familie is niet per se Nederlands: het buitenland is altijd ook thuis geweest.

    Ik voel me verbonden met Nederland, maar voel tegelijkertijd die disconnectie omdat voor veel medelanders het nationale perspectief de enige realiteit is. De vraagstukken die meekomen met een transnationale wereld zijn al aanwezig in onze samenleving. De manier waarop het debat gevoerd wordt, houdt geen rekening met de realiteit van een grote groep Nederlanders.

    Sluit de ogen niet langer voor het ongemak. Erken de pijn die zit bij Monsieur Cannibale, ga echt het debat aan over discriminatie op de arbeidsmarkt en open je ogen voor veranderende grenzen.

    Deze column verscheen eerder op Metronieuws in het kader van de columnwedstrijd ‘Grenzen’ van de Maand van de Geschiedenis 2016.