Op 22 november sprak ik samen met Kayleigh Goudsmit op ‘Maak Werk van Geschiedenis’. De TEDtalk ‘F*ck de Arbeidsmarkt’ ging over hoe jonge historici hun weg op de arbeidsmarkt kunnen vinden door passie, geschiedenis te vergeten en vallen en opstaan.

Op 22 november sprak ik samen met Kayleigh Goudsmit op ‘Maak Werk van Geschiedenis’. De TEDtalk ‘F*ck de Arbeidsmarkt’ ging over hoe jonge historici hun weg op de arbeidsmarkt kunnen vinden door passie, geschiedenis te vergeten en vallen en opstaan.

Onlangs hoorde ik het verhaal van een gederadicaliseerde Islamist. Als jongen van gemengde afkomst begon hij in zijn tienerjaren een disconnectie te voelen met de Nederlandse samenleving. Door verschillende oorzaken kwam hij op het verkeerde pad terecht. Ik, afkomstig uit een kansrijke geassimileerde Chinees-Indonesische familie en met een soepele academische en professionele carrière, herkende de incidenten die hij beschreef. De eerste keer dat iemand zegt: ‘ga terug naar je eigen land.’ De eerste keer dat je Monsieur Cannibale niet meer oké vindt. De eerste keer dat je gaat nadenken over Zwarte Piet. Er is ongemak. Ikzelf en vele anderen zijn weerbaar genoeg om het verkeerde pad te weerstaan. Maar onze voedingsbodem is dezelfde.
De grenzen lopen door onze samenleving heen, langs de lijnen van kleur en afkomst. Het ongemak zit niet alleen in feitelijke discriminatie en racisme. Het ongemak groeit doordat het debat niet erkent wordt als waardevol. Om het zelf sec te zeggen: vaak wijst de ‘witte’ Nederlander het debat over Zwarte Piet en Monsieur Cannibale af alsof het geen serieus debat is. Hij wijst het debat over discriminatie op de arbeidsmarkt met ongemak vermijdende zinnen als; gewoon goed integreren, je best doen, niet zo aanstellen. Mijn mede-Nederlanders die ook van allochtone of gemengde komaf zijn, erkennen dat we het gesprek moeten aangaan over Zwarte Piet, wat je mening ook is. Witte Nederlanders wijzen de waarde van dit debat af. Dit voedt de grenzen in de samenleving.
Tegelijkertijd is de beleving van grenzen anders voor veel gekleurde Nederlanders. Ik denk dat ik me Nederlander voel, maar meer nog heb ik een transnationale identiteit. Ik groeide op in een familie die slechts voor een deel Nederlands was. We hadden familie in Indonesië, de Verenigde Staten en China, en gingen in de zomervakantie langs familie in heel Europa. Het internationale was een gegeven, het mengen van culturen was een gegeven. Mijn familie is niet per se Nederlands: het buitenland is altijd ook thuis geweest.
Ik voel me verbonden met Nederland, maar voel tegelijkertijd die disconnectie omdat voor veel medelanders het nationale perspectief de enige realiteit is. De vraagstukken die meekomen met een transnationale wereld zijn al aanwezig in onze samenleving. De manier waarop het debat gevoerd wordt, houdt geen rekening met de realiteit van een grote groep Nederlanders.
Sluit de ogen niet langer voor het ongemak. Erken de pijn die zit bij Monsieur Cannibale, ga echt het debat aan over discriminatie op de arbeidsmarkt en open je ogen voor veranderende grenzen.
Deze column verscheen eerder op Metronieuws in het kader van de columnwedstrijd ‘Grenzen’ van de Maand van de Geschiedenis 2016.
Onlangs hoorde ik het verhaal van een gederadicaliseerde Islamist. Als jongen van gemengde afkomst begon hij in zijn tienerjaren een disconnectie te voelen met de Nederlandse samenleving. Door verschillende oorzaken kwam hij op het verkeerde pad terecht. Ik, afkomstig uit een kansrijke geassimileerde Chinees-Indonesische familie en met een soepele academische en professionele carrière, herkende de incidenten die hij beschreef. De eerste keer dat iemand zegt: ‘ga terug naar je eigen land.’ De eerste keer dat je Monsieur Cannibale niet meer oké vindt. De eerste keer dat je gaat nadenken over Zwarte Piet. Er is ongemak. Ikzelf en vele anderen zijn weerbaar genoeg om het verkeerde pad te weerstaan. Maar onze voedingsbodem is dezelfde.
De grenzen lopen door onze samenleving heen, langs de lijnen van kleur en afkomst. Het ongemak zit niet alleen in feitelijke discriminatie en racisme. Het ongemak groeit doordat het debat niet erkend wordt als waardevol. Om het zelf sec te zeggen: vaak wijst de ‘witte’ Nederlander het debat over Zwarte Piet en Monsieur Cannibale af alsof het geen serieus debat is. Hij wijst het debat over discriminatie op de arbeidsmarkt met ongemak vermijdende zinnen als; gewoon goed integreren, je best doen, niet zo aanstellen. Mijn mede-Nederlanders die ook van allochtone of gemengde komaf zijn, erkennen dat we het gesprek moeten aangaan over Zwarte Piet, wat je mening ook is. Witte Nederlanders wijzen de waarde van dit debat af. Dit voedt de grenzen in de samenleving.
Tegelijkertijd is de beleving van grenzen anders voor veel gekleurde Nederlanders. Ik denk dat ik me Nederlander voel, maar meer nog heb ik een transnationale identiteit. Ik groeide op in een familie die slechts voor een deel Nederlands was. We hadden familie in Indonesië, de Verenigde Staten en China, en gingen in de zomervakantie langs familie in heel Europa. Het internationale was een gegeven, het mengen van culturen was een gegeven. Mijn familie is niet per se Nederlands: het buitenland is altijd ook thuis geweest.
Ik voel me verbonden met Nederland, maar voel tegelijkertijd die disconnectie omdat voor veel medelanders het nationale perspectief de enige realiteit is. De vraagstukken die meekomen met een transnationale wereld zijn al aanwezig in onze samenleving. De manier waarop het debat gevoerd wordt, houdt geen rekening met de realiteit van een grote groep Nederlanders.
Sluit de ogen niet langer voor het ongemak. Erken de pijn die zit bij Monsieur Cannibale, ga echt het debat aan over discriminatie op de arbeidsmarkt en open je ogen voor veranderende grenzen.
Deze column verscheen eerder op Metronieuws in het kader van de columnwedstrijd ‘Grenzen’ van de Maand van de Geschiedenis 2016.

Ik ben alweer terug in Nederland als op de website van de Volkskrant een verrassend lang bericht verschijnt over de nieuwe kabinetsformatie van president Joko Widodo. De aanleiding: een oud-generaal cq. de slachter van Oost-Timor krijgt een van de belangrijkste posities in het kabinet. De benoeming illustreert de botsing tussen de toekomstvisie van ‘Jokowi’ en de reputatie van oorlogsmisdadiger die deze generaal Wiranto buiten Indonesië heeft.
De binnenlandse steun voor Jokowi is breed. Ik pols voorzichtig bij mijn vrienden op Flores en Bali hoe zij de resultaten van de president tot nu toe zien. De een is lovend over de economische ambities en de impuls die de president aan toerisme wil geven. Ook dit nieuwe kabinet legt sterk de nadruk op economische hervormingen. De ander heeft lof voor de wil om eindelijk iets aan corruptie te doen.
Chauffeur Sonny steunt de strenge vervolging van (buitenlandse) drugscriminelen want ‘een toekomst met onze kinderen aan de drugs is de allerergste’. De harde lijn rondom de drugscriminaliteit wordt door andere landen echter sterk bekritiseerd. Een paar jaar geleden was er in Nederland nog grote afschuw rondom de terechtstelling van Ang Kiem Soei.
Het zelfbeeld van Indonesië botst compleet met de verwachtingen die anderen van het land hebben. Met de komst van de nieuwe president hoopten veel Westerse landen dat hij in zou zetten op mensenrechten en de doodstraf niet zou uitvoeren. Slagvaardigheid om de enorme economische kloof en de gigantische corruptie te bestrijden, wordt hoger aangeslagen.
Een schender van de mensenrechten in Oost-Timor kan hoge posities bereiken. De binnenlandse agenda is belangrijker dan pleasen van het buitenland. De recente geschiedenis wordt door de regering met een benoeming nadrukkelijk herschreven. Hiermee keert Widodo zich weer naar binnen. De proteststemmen klinken vooral in het buitenland en die worden niet gehoord. Het is stil rondom de recente geschiedenis.
Deze column verscheen eerder op jongehistorici.nl.