Maand van de Geschiedenis: Geluk

Een leven zonder beklemming

Het lijkt alsof iedereen op zoek is naar geluk, naar de beste invulling van het moderne leven. We doen dit door zelfhulpboeken te lezen die vertellen hoe je in tien stappen het geluk bereikt. Of door mindful te leven. Of door juist veel en hard te werken in de hoop zo een staat van geluk te bereiken. De zoektocht naar geluk herkennen we allemaal. Maar het is vaak de vluchteling die wordt geframed als gelukszoeker pur sang.

Tijdens de Jan Kompagnielezing van 2016 in het Nationaal Archief vertelde de jonge historicus Elias van der Plicht dat elke Nederlander van een vluchteling afstamt. Vierhonderd jaar migratiegeschiedenis met meer dan honderd verschillende groepen maken het onderscheid tussen vluchteling en niet-vluchteling diffuus. Ik ben een van die  Nederlanders. Maar de erfenis voelt niet als geluk en heeft een bittere nasmaak.

Mijn opa behoorde tot de koloniale elite van Indië. Als het hoofd van een zakenimperium in Batavia liet hij zijn kinderen naar de Nederlandse school gaan. Voor even konden ze vergeten dat ze als Chinezen in een land leefden dat hen eigenlijk vijandig was. Na de onafhankelijkheid belandde hij aan de verkeerde kant van de geschiedenis en aan de verkeerde kant van het politieke spectrum. Hij koos voor de toekomst van zijn kinderen; hij mocht vertrekken naar Nederland. Hier belandde hij als lage ambtenaar bij het lokale archief, het familiekapitaal verdampte en niet ieder van zijn kinderen had het even makkelijk. Binnen de kortste tijd was mijn opa een oude man.

Enkele weken na de lezing belandde ik op een congres in een levendige discussie met andere nakomelingen van recente vluchtelingen. Het ging over de disconnectie met de Nederlandse samenleving, die velen in toenemende mate voelen. Een jongen merkte op: Nederland is voor veel vluchtelingen niet per se een verbetering. Als je tot de politieke elite van Kabul behoorde, is een AZC geen beter leven. Zijn vluchtelingen dus gelukszoekers? Ja, omdat het soms niet anders kan.
Ook het vluchtverhaal van mijn familie leert dat er geen lineair pad is naar een betere situatie. Het is een moeilijk verhaal, met terugval, heimwee en berusting. Maar een verhaal zonder spijt.

Vorig jaar had de Maand van de Geschiedenis als thema ‘grenzen’. Ook geluk heeft te maken met beperkingen. Het kan volgens mij alleen bestaan binnen bepaalde grenzen. Om geluk in grote of kleine mate te ervaren, moet er verschil zijn. Geluk moet begrensd worden door minder leuke dingen.

Afgelopen zomer reisde ik terug naar Indonesië om te begrijpen waarom mijn opa zijn land verliet. De achtergebleven familie leeft een goed leven en het materieel in veel opzichten beter dan de vertrekkers. Maar hun politieke en economische positie is kwetsbaar. Hun bestaan kan met een vingerknip anders zijn. En dat weten ze. Toen overviel de volle betekenis van opa’s vlucht mij. Een tastbaar verschil in onze levens is er op het eerste gezicht niet, maar ik kan in Nederland leven zonder beklemming. Mijn opa heeft geld, status en familie achtergelaten, en gekozen voor de vrijheid. De vrijheid om zelf je leven uit te stippelen, de vrijheid om te zijn wie je bent en niet beoordeeld te worden omdat je deel bent van een minderheid. Vrijheid is iets dat je niet kunt zien, maar juist omdat het zo vanzelfsprekend is, een groot goed. Het is er elke dag. Geluk is voor mij een bittere vlucht naar vrijheid.

Deze column verscheen eerder in het inspiratieboekje van de Maand van de Geschiedenis 2017.